Hofstraat 6 's-Heerenberg
Johannes IJsbrands Galama werd geboren 24 februari 1885 op boerderij Senserhûs aan de Hemdijk. Hij is in 1910 priester gewijd en deed zijn eerste Heilige Mis in Blauwhuis. In de tweede wereldoorlog was Galama pastoor van de Sint Pancratius parochie in ‘s Heerenberg. Op 3 augustus 1941 las hij een kritische brief van bisschop De Jong voor tijdens de mis. Hierin werd gesteld dat NSB’ers geen lid kunnen zijn van katholieke verenigingen omdat hun levenshouding in strijd was met katholieke levensopvattingen’. Pastoor Galama zei er bij: ‘en ik zal NSB‘ers de sacramenten weigeren’.Galama werd direct verraden. De Gestapo arresteerde hem en zette hem gevangen. Op 28 november 1941 kwam Galama in het concentratiekamp Dachau terecht waar hij, net als vele andere gevangenen, zeer slecht behandeld werd. Aangenomen wordt dat Jan IJsbrand Galama daar overleed door uitputting op 20 juni 1942.Zijn naam staat echter vermeld op een transportlijst, een zogenaamd Invaliden Transport, van Dachau naar Schloss Hartheim in Oostenrijk. De transportlijst is gedateerd 4 mei 1942. In het kasteel hadden de Duitsers een Tötungsanstalt ingericht.Van mei 1940 tot december 1944 werden in Hartheim naar schatting 30.000 mensen vermoord waaronder fysiek en mentaal gehandicapten, chronisch zieken en gevangenen van de concentratiekampen Dachau en Mauthausen. De stoffelijke overschotten werden in het crematorium op de binnenplaats van het kasteel gecremeerd.Foto: Tijdens de oorlog werd een foto gemaakt van de rook afkomstig van het crematorium op de binnenplaats van Schloss Hartheim In de Tweede Wereldoorlog liet kapelaan Hegge, net als pastoor Galama en kapelaan Van Rooijen, duidelijk blijken dat hij de Nazi-leer afwees. Dit zinde de plaatselijke NSB'ers niet, en zij zochten naar een aanleiding om de drie geestelijken te laten oppakken. Die kregen zij toen Hegge en zijn collega's tijdens de kerkdiensten van zondag 3 augustus 1941 een brief van de Nederlandse bisschoppen voorlazen. In deze brief, gedateerd 25 juli 1941, protesteerden de bisschoppen tegen een reeks van Duitse maatregelen die de greep van de NSB op het openbare leven versterkten. Bovendien had Hegge samen met Van Rooijen de brief gestencild en in de parochie laten verspreiden. Hierop waarschuwden de 's-Heerenbergse NSB'ers de Gestapo in Emmerik, wat leidde tot de arrestatie van pastoor Galama op 4 augustus 1941 en de kapelaans Hegge en Van Rooijen op de dag daarna. Hoe dit is gebeurd, staat beschreven bij de arrestatie van pastoor Galama. De volgende dag is Hegge met kapelaan Van Rooijen naar Arnhem gereisd. Hegge is eerst naar Wijnbergen gereden, waar hij zijn fiets bij de pastorie heeft gestald. Hij dacht hem daar 's avonds weer te kunnen ophalen. Op het station kocht hij dan ook een retourtje Arnhem. Hoe kapelaan Van Rooijen naar Arnhem is gereisd, is niet bekend (hij is niet met Hegge naar Wijnbergen gefietst), maar de kapelaans zijn wel samen in Arnhem aangekomen. Daar zijn zij eerst naar de Eusebiuskerk zijn gegaan om te bidden. Toen zij zich daarna bij de Sicherheitsdienst meldden, werden ze meteen gearresteerd. De aanklacht die ze in het proces-verbaal te horen kregen, luidde: "Haben deutschfeindlichen Brief verbreitet und das Volk deutschfeindlich beeinflußt". Pastoor Galama werd via een gevangenbewaarder direct op de hoogte gebracht van de arrestatie van zijn kapelaans. Zijn reactie was: "Ze weten wat ze te zeggen hebben, ik alleen ben verantwoordelijk."
Hier herdacht Regnerus Hendricus Franciscus Hegge 1912 Jan IJsbrands Galama 1885 – 1942 Marinus Adrianus van Rooijen 1897 – 1942 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail