De familie Pollak – Neufeld
Ovsey Hessel Pollak werd op 15 februari 1888 geboren in Pereiaslav. Dit is een van de oudste steden in het huidige Oekraïne en ligt nabij de samenvloeiing van de rivieren Alta en Trubizh, ongeveer 95 kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad Kiev.
Hij vestigde zich in Kiev aan de Yaroslavskastraat 21 en verhuisde vervolgens naar Wenen, vanwaar hij in 1910 naar België emigreerde. Hij verbleef enkele maanden in de Brusselse gemeente Vorst, aan de Georges Leclercqlei 74, maar verhuisde al snel naar Antwerpen, aan de Somersstraat 13. Hij trad in dienst bij de Hamburg-America Line.
Tauba Rifka Neufeld werd op 20 mei 1890 geboren in Wloclawek, een stad in het centrum van het huidige Polen aan de oevers van de Vistula en ongeveer 140 km ten noordwesten van de hoofdstad, Warschau.
Tauba Rifka kwam in 1908 in België aan, hoogstwaarschijnlijk samen met haar ouders. Het gezin woonde in een huis in de Pelikanengang, een klein straatje dat in 1929 of 1930 verdween tijdens grootschalige bouwprojecten.
Ovsey Hessel en Tauba Rifka trouwden op 26 november 1912 in Antwerpen en gingen wonen aan de Korte Winkelstraat 2.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 konden Ovsey-Hessel en Tauba Rifka naar Engeland vluchten en vonden ze onderdak in Londen, op Calvestone Crescent 60 in Dolstone.
Hun zoon Barnett werd daar op 2 september 1915 geboren. Op 18 juli 1929 ontving Barnett, toen bijna 14 jaar oud, in Antwerpen een paspoort waarin stond dat hij de Britse nationaliteit bezat.
Tauba Rifka en de jonge Barnett keerden in 1919 terug naar Antwerpen en werden op 8 mei geregistreerd op het adres Van Immerseelstraat 5. Ovsey Hessel bleef nog een tijdje in Londen, waarschijnlijk om wat zaken te regelen. In augustus 1919 verkreeg hij een paspoort in Antwerpen.
Ovsey Hessel werd marktkramer en verkocht zijn waren niet alleen in Antwerpen, maar ook op de markt in Gent.
Roza Pollak werd op 7 november 1924 in Antwerpen geboren.
Net als veel joodse gezinnen verhuisde het gezin Pollak – Neufeld meerdere keren. In 1927 woonden ze aan de Lange Kievitstraat 92 en later verhuisden ze naar de Baron Joostensstraat 3. Ovsey Hessel, Tauba Rifka en Roza woonden tijdens de oorlog ook op dat laatste adres en werden in 1943 gearresteerd.
Een van de eerste antisemitische maatregelen van de nazi-bezetter was de invoering van het jodenregister in oktober 1940. Alle joden ouder dan 15 jaar moesten zich inschrijven in het gemeentelijk jodenregister. De familie Pollak-Neufeld deed dit op 19 december 1940.
Twee jaar later moesten alle Joden zich opnieuw registreren bij de Joodse Vereniging in België, een vereniging die onder dwang van de nazi’s door Joodse burgers was opgericht met de bedoeling steeds meer controle over de Joodse gemeenschap te krijgen. Die tweede registratie vond plaats op 26 maart 1942.
De steden en regio's waar Ovsey Hessel en Tauba Rifka werden geboren en bijna twintig jaar woonden, behoorden destijds tot het tsaristische Rusland. Bijgevolg hadden zij de Russische nationaliteit. In 1931 werden zij genaturaliseerd tot Belgen, en ook hun dochter Roza werd Belgische.
De Belgische nationaliteit bood hen tot september 1943 enige bescherming tegen de vervolging van Joden door de nazi’s. Toen de nazi’s in de zomer van 1942 achtereenvolgende grootschalige razzia’s op Joden uitvoerden, bleven de Belgische Joden nog gespaard. Dat veranderde echter met een bevel van het hoofd van de Sipo-SD, SS-Hauptsturmbahnführer Fritz Erdmann:
“In overeenstemming met de bevelen van de Reichsführer SS moeten ook Joden met de Belgische nationaliteit met onmiddellijke ingang worden gedeporteerd. Bovendien moeten Joden die ondergedoken leven of die kunnen worden uitgezet, krachtig worden vervolgd. Neem onmiddellijk de nodige maatregelen. Fritz Erdmann, Brussel, 29 juni 1943”
In de nacht van vrijdag 3 op zaterdag 4 september 1943 organiseerde de Sipo-SD een laatste grote razzia: Aktion Iltis. In Antwerpen werden 432 Joden met de Belgische nationaliteit gearresteerd.
Tijdens deze razzia werden Ovsey Hessel, Tauba Rifka en Roza opgepakt. In de Dossin-kazerne werden ze geregistreerd als nummers 599, 600 en 601 voor transport XXIIB. De trein vertrok op 20 september en kwam twee dagen later aan in het vernietigingskamp Auschwitz.
Vrijwel onmiddellijk werden Ovsey Hessel, Tauba Rifka en Roza naar de gaskamer geleid.