Joannes Victor Vroman kwam uit een Loenhoutse familie van veehandelaars, slagers en later brouwers. Zijn overgrootvader Jan Bapist Vroman verhuisde naar Deurne waar hij vanaf 1803 zijn brouwerij uitbaatte aan de Deurnese brug over de Schijn, vlakbij de Sint-Fredeganduskerk. Jean Henri, de vader van Joannes Victor, was in de tweede helft van de negentiende eeuw hoofd van de burgerlijke stand van de stad Antwerpen. Joannes Victor doorliep de middelbare school aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen en promoveerde op 12 juli 1924 tot doctor in de rechten aan de ULB. Op 15 oktober 1924 werd hij toegelaten tot de lijst van advocaat-stagiairs in Antwerpen. Hij was een bekwaam en gepassioneerd advocaat die leefde voor zijn beroep. Vroman had zijn advocatenkantoor op Belgiëlei 12, waar hij ook woonde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Vroman technisch adviseur van de Witte Brigade-Fidelio en vanaf juli 1941 lid van het verzet. Hij leverde waardevolle diensten door het voeren van anti-Duitse propaganda en het verspreiden van ondergrondse kranten. Hij werd aangeklaagd en gearresteerd door de Gestapo op 17 mei 1944 en meer dan een maand vastgehouden in de Begijnenstraat.
Via Vucht in Nederland werd hij gedeporteerd naar Buchenwald en vervolgens opgesloten als dwangarbeider in het kamp Juliushütte-Ellrich, waar hij op 24 september 1944 stierf, volledig verzwakt en uitgeput door het onmenselijke gevangenisregime. Vroman liet een weduwe en drie kinderen achter, die later allemaal rechten zouden gaan studeren.