De familiewortels van Moritz Katz en Chaie Heiman liggen in Letland. Letland behoorde in die tijd tot het tsaristische Rusland. Chaie Heiman emigreerde naar Antwerpen en werd ingeschreven op 1 december 1903, net na haar 20e verjaardag.
Moritz Katz woonde in Libau, een belangrijke havenstad in het zuidwesten van Letland die we nu kennen als Liepāja. Hij emigreerde ook naar Antwerpen, waar hij op 16 mei 1904 werd ingeschreven. Chaie en Moritz vonden elkaar en in 1908 werd hun zoon Gustave geboren in Antwerpen, gevolgd door hun dochter Bertha in 1911. Eva Katz, de jongste dochter, werd in 1915 in Londen geboren. De familie verhuisde vaak. Moritz en Chaie wisten lange tijd uit de klauwen van de nazi's te blijven, maar in het voorjaar van 1944 werden ze gearresteerd. In de Dossinkazerne werden ze geregistreerd onder de nummers 614 en 615 voor transport XXIV. De trein voor dat transport vertrok op 4 april en kwam op 7 april aan in het vernietigingskamp. Van de 626 gedeporteerden overleefden 147 de verschrikkingen van het kamp. Moritz en Chaie, toen 62 en 61 jaar oud, werden bij aankomst meteen naar de gaskamers gebracht.