Joseph Jonas Hakker, een joodse Amsterdammer, had een bewogen leven dat gekenmerkt werd door vlucht, doorzettingsvermogen en moed. Hakker was getuige van de eerste razzia in Antwerpen, in de nacht van 15 op 16 augustus. Niet veel later besluit hij naar Zwitserland te vluchten. Die vluchtpoging mislukte. Hakker werd gearresteerd door de Duitse bezetters en zat ongeveer twee maanden vast in de Dossin-kazerne. Op 15 januari 1943 werden hij en ongeveer 1.600 andere gearresteerde Joden op de deportatietrein naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau gezet. Hij weet samen met zestig anderen te ontsnappen en sluit zich aan bij het verzet in Luik. Na de oorlog keert hij terug naar zijn bakkerij in de Provinciestraat, waar zondag in aanwezigheid van zijn kleindochter Rachel Hakker een struikelsteen ter nagedachtenis aan hem werd geplaatst. De bakkerij bestaat niet meer, er is nu een drogisterij op die plek, maar de struikelsteen houdt de herinnering aan de uitvinder van het Antwerpse Handje levend.