De familie De Coster was fel anti-Duits en kwam uit Wespelaar. Deze houding werd deels aangewakkerd door de Eerste Wereldoorlog: hun grootvader en familielid, Frans De Coster, werd in 1914 na de Slag bij Wespelaar door Duitse soldaten vermoord. Vader Jozef De Coster was een technisch ondernemer; volgens het HAGOK-dossier vond hij in 1907 de autodynamo uit en bouwde hij later het bedrijf Dynamo De Coster weer op. In zijn werkplaatsen nam hij dienstweigeraars in dienst en verleende hij financiële steun aan het verzet.
Ook zijn zonen raakten bij het verzet betrokken. François De Coster was aangesloten bij het Leuvense Partizanencorps 034. Willy De Coster sloot zich aan bij de Nationale Koninklijke Beweging, hielp mee met de ondergrondse pers en vervoerde wapens voor het verzet. Roger De Coster, de jongste, was pas 15 jaar oud en geen lid van een verzetsgroep; op zijn gedenksteen wordt hij aangeduid als gijzelaar.
In dezelfde nacht als Simonart, in de nacht van 2 op 3 maart 1944, werden Jozef, François, Willy en Roger De Coster gearresteerd. Ze werden via Leuven naar Breendonk gebracht, waar ze mishandeld werden en gedwongen werden tot zware arbeid. In mei 1944 werden de vier gedeporteerd naar Buchenwald. Willy stierf daar op 9 februari 1945 tijdens een geallieerde bombardement; Jozef stierf op 2 mei 1945 aan ziekte en ontbering. François werd bevrijd in Dora/Mittelbau-Dora en Roger in Bergen-Belsen.