Raphaël is soldaat in het Belgische leger wanneer hij aan het begin van de oorlog gevangen wordt genomen. Maar hij weigert zijn lot te aanvaarden. Hij ontsnapt, probeert zich bij de geallieerden aan te sluiten, wordt opnieuw gevangengenomen en sluit zich, zodra hij weer vrij is, aan bij het verzet. Daar blijkt hij zeer bedreven in het vervalsen van identiteitsdocumenten, waarmee hij vele verzetsstrijders en Joden helpt het land te ontvluchten.
Was hij te roekeloos bij zijn pogingen om aan wapens te komen? Misschien. Een dorpsbewoner verraadt hem aan de nazi’s, die nog diezelfde nacht op pad gaan om hem te arresteren. Maar Raphaël houdt zich al schuil in de bossen rond de Bierhoeve, het huisje van de boswachter. Als zoon van de plaatselijke boswachter kent hij die bossen door en door. Hij kan daar echter niet lang blijven, want de Duitse militaire politie zit hem op de hielen. Hij moet het hoofdkwartier van het verzet in Brussel zien te bereiken. Maar het blijkt een voorspelbare zet te zijn: op 22 oktober 1942 wordt hij gearresteerd in de trein van Zichem naar Brussel.
Raphaëls lijdensweg is nog maar net begonnen. Hij wordt door een reeks werkkampen gestuurd, waar hij extreem zware omstandigheden moet doorstaan. Maar zelfs onder deze onmenselijke omstandigheden blijft hij hoopvol. Hij moedigt zijn medegevangenen aan om door te zetten en wordt enorm bewonderd om zijn behulpzaamheid, moed en plichtsbesef.
Maar zijn gezondheid gaat geleidelijk achteruit. Uiteindelijk wordt hij te zwak om te lopen en wordt hij opgenomen in de ziekenboeg. Uit een bewaard gebleven kampdossier blijkt dat hij zelfs in „quarantaine“ werd geplaatst.
Net als zoveel andere gevangenen sterft hij. We weten niet aan welke ziekte hij leed. Als officiële doodsoorzaak staat vermeld: „circulatiestoornis en algemene lichamelijke achteruitgang.“
Aangezien het station van Zichem de laatste plek was waar Raphaël een vrij man was, bevindt zijn Solpterstein zich hier.