Bij het uitbreken van de oorlog vlucht de 17-jarige Medard naar Frankrijk omdat hij niet in het leger wil dienen. Daar vindt hij geen onderdak, geen eten en geen plek om te verblijven. Nadat hij een aardappel heeft gestolen, wordt hij gearresteerd en teruggestuurd naar België. Vervolgens vindt hij werk als lader bij de Belgische Nationale Spoorwegen (NMBS/SNCB) op het station van Hasselt.
Medard wil zich aansluiten bij het verzet, bij voorkeur bij het Geheime Leger, maar zij vinden hem te jong. Vastbesloten om zich te bewijzen, meldt hij zich aan voor gevaarlijke missies. Zijn vastberadenheid loont: uiteindelijk wordt hij toegelaten tot het Geheime Leger en gebruikt hij zijn functie bij de spoorwegen om spoorwegmaterieel te saboteren en vliegtuigonderdelen te laten verdwijnen.
Hij is dapper en vastberaden, maar zijn geluk raakt op. De Gestapo pakt hem op terwijl hij de aktetas van een Duitse officier steelt. Hij wordt onmiddellijk ontslagen door de NMBS en veroordeeld voor sabotage.
Na in verschillende Belgische gevangenissen te hebben gezeten, wordt Medard naar Duitsland gedeporteerd. Hoewel het leven in de kampen werkelijk gruwelijk is, blijft hij sterk. Na de oorlog meldt een getuige dat hij Medard in december 1944 heeft gezien, maar daarna hoort niemand meer iets van hem. Blijkbaar verkeerde hij eind 1944 nog in goede conditie. Is hij daarna snel verzwakt? Of is hij het slachtoffer geworden van een bombardement op het kamp? We weten niet wat er is gebeurd.
Ongeveer een jaar na het einde van de oorlog ontvangt zijn familie een pakket met zijn kleren. Ze weten nu zeker dat Medard dood is. Hij was pas 21 jaar oud.