Tijdens de oorlog sloot Ferdinand zich aan bij een lokale verzetsgroep in Varsenare die deel uitmaakte van het Geheim Leger. Hij stichtte en leidde ook zijn eigen verzetsgroep in Zedelgem. In de zomer van 1944 sloeg het noodlot toe toen de Duitse Geheime Veldpolitie een inval deed in het huis van Alberic Pulinckx, leider van het verzet in Varsenare. De Duitsers bezetten het huis meerdere dagen en arresteerden iedereen die langskwam. Ferdinand, die het huis een paar dagen later bezocht, werd gevangen genomen en keerde nooit terug naar zijn vrouw en kinderen.
Na zijn arrestatie bewees Ferdinand dat hij een echte oorlogsheld was. Door zichzelf op te offeren redde hij het leven van zijn vrouw en de leden van de verzetsgroep van Zedelgem, wiens betrokkenheid verborgen bleef voor de Duitsers. Hij zat gevangen in Brugge tot 1 september 1944. Zijn familie zag hem nooit meer terug. Hoewel de geallieerden snel oprukten, werd Ferdinand overgebracht naar Gent en vervolgens gedeporteerd naar Neuengamme, waar hij stierf op 14 januari 1945.