Julius Rothschild werd op 21 mei 1898 in Netra geboren. Hij kwam uit een joodse koopmansfamilie en runde een filiaal van zijn textielwarenhuis in Mihla an der Werra, dat ter plaatse werd geleid door Arno Hotze. Rothschild bezocht Mihla eens per maand, deels om de boekhouding te controleren. Hij verbleef meestal in herberg ‘Zum Schwan’, die direct naast zijn winkel lag. Na de machtsovername door Hitler en de NSDAP had ook in Mihla een openlijk vijandige sfeer jegens joden postgevat, en vooraanstaande lokale nazi’s fulmineerden tegen Mihla’s enige joodse bedrijf. Op 15 maart 1934 was Julius Rothschild opnieuw in Mihla; hij parkeerde zijn auto bij de herberg en verbleef daar na zijn werk. Midden in de nacht, terwijl hij sliep, werd hij – met medewerking van de herbergier – aangevallen door vijf lokale nazi’s en geslagen tot hij bloedde. De daders sneden ook de banden van zijn auto door. De familie werd gewaarschuwd, haalde de ernstig gewonde man op en bracht hem naar het ziekenhuis in Eschwege. Julius Rothschild stierf daar acht dagen later. De vader van Julius Rothschild stierf een jaar later van verdriet om het verlies van zijn zoon.