Otto Müller werd op 9 juli 1893 geboren in Senftenberg. Hij kwam uit een arbeidersgezin en werd gieterijarbeider, gespecialiseerd in gietijzer. Müller was actief in de vakbond. Als toegewijd communist werd hij een vooraanstaand functionaris van de lokale afdeling van de KPD in Senftenberg, waar hij waarschuwde voor de intenties van de nationaal-socialisten om het land naar een oorlog te leiden.
Bovendien pleitte Otto Müller voor een verenigd front met alle andere linkse groeperingen en leidde hij, nadat Hitler in januari 1933 de macht had gegrepen, het verzet in het bruinkoolgebied in de Lausitz. Onder de pamfletten die hij verspreidde, waren Görings hongerplan en Peststank boven Duitsland.
Op 27 juni 1934 werd hij gearresteerd. Er volgden brute ondervragingen, waarbij hij standvastig bleef en geen namen prijsgaf. Uiteindelijk verloor hij echter de hoop. Otto Müller maakte op 21 of 31 oktober 1934 een einde aan zijn leven. Een laatste boodschap aan zijn vrouw en kind was in zijn kleding verstopt:
“Lieve Marie, lieve kleine Klärchen! Wees alsjeblieft niet boos op me, ik kan niet anders. Met liefs, je papa.”
De straat waar hij ooit woonde, draagt nu zijn naam.