De familie Löb woonde aan de Speyerer Straße 46 in Mutterstadt. Salomon Löb, geboren in 1859, was koopman en veehandelaar. Rond 1889 trouwde hij met Rosalie Koppel, de zus van Ida Löb uit de Speyerer Straße 24. Ze kregen vier kinderen: de tweeling Bertha en Hildegard, Meta en Jakob. Salomon stierf in 1930. Rosalie werd in 1940 naar Gurs gedeporteerd, maar met hulp van haar broer in de Verenigde Staten wist ze te ontsnappen met haar dochter Meta en Meta’s tweelingdochters Marianne en Edith. Ze reisden in augustus 1941 vanuit Lissabon naar New York op de Nyassa en voegden zich bij Meta’s echtgenoot Otto Oehlbert in de buurt van Chicago. Bertha vluchtte in 1939 met haar kinderen naar Chili en verhuisde later naar de VS. Jakob, die na de novemberpogrom in Dachau gevangen zat, emigreerde in 1939 eveneens naar Chili; hij keerde in 1955 alleen terug naar Mannheim.