Henri Redlus werd in Parijs geboren in een joods gezin met tien kinderen, dat later in de rue Morel in Douai woonde. Zijn ouders waren voor het Poolse antisemitisme naar Frankrijk gevlucht, dat zij zagen als het land van de mensenrechten. Henri had een bijzonder hechte band met zijn broer François: ze deelden een kamer, gingen samen naar school, speelden knikkeren, fietsten op de Place Carnot, speelden Tarzan en deden aan gymnastiek. Na de Duitse invasie in mei 1940 vluchtte het gezin uit Douai en trok via Normandië en Bretagne naar Parijs. Op 15 juni 1942 werd Henri door de Gestapo gearresteerd toen hij zijn verplichte gele ster bij een politiebureau ging ophalen. Zijn familie verspreidde zich vervolgens en verstopte zich op het platteland. Henri werd geïnterneerd in Pithiviers en op 21 september 1942 met transport 35 naar Auschwitz gedeporteerd. Hij stierf tijdens de dodenmars in de winter van 1944–1945.