’t Dal 1 Aalten
De bewogen geschiedenis van de familie Landau wordt gekenmerkt door bijzondere kansen, die voor de één tot behoud en voor de ander tot de ondergang leidden.
Louis Landau werd op 17 februari 1871 geboren in Gemen (Duitsland). Hij verkreeg echter ook het Amerikaanse staatsburgerschap, doordat hij op 18-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten emigreerde, om zijn geluk te beproeven. Toen hij na tien jaar terugkeerde behield hij het Amerikaanse burgerrecht, maar keerde niet terug naar Duitsland. Hij vestigde zich in Nederland, waar hij op 9 september 1903 trouwde met Telza Kan, geboren in Oldenzaal in 1874. Het echtpaar ging wonen in Aalten en kreeg vier kinderen, waarvan er twee in leven bleven, t.w. Ernst Eduard, geboren 2 juni 1904 in Aalten, en Frits, die op 28 november 1905, eveneens in Aalten, geboren werd.
Louis en Telza zijn niet oud geworden: de vader stierf op 57-jarige leeftijd (24 december 1928) en de moeder op 58-jarige leeftijd (10 september 1932). Enige tijd na het overlijden van hun ouders vonden Ernst Eduard en Frits de papieren waaruit bleek dat hun vader de Amerikaanse nationaliteit had. Omdat het voor zonen mogelijk was dit staatsburgerschap te krijgen, kwamen de beide broers hiervoor in aanmerking. Frits wilde hiervan echter geen gebruik maken, zijn broer wel.
Ernst Eduard trouwde met Pauline (Paula) Philips uit Winterswijk. Paula was een pleegdochter van Simon Philips, een broer van Ella Philips, die getrouwd was met Levi Salomon Schaap. Ernst Eduard en Paula kregen een zoontje dat naar zijn grootvader Louis werd genoemd. Toen de oorlogsdreiging groot werd, adviseerden de Verenigde Staten hun staatsburgers in Nederland het land te verlaten. Paula drong er op aan dat haar man zou gaan; zelf zou ze later met hun zoontje Louis volgen. Echter, op de dag dat ze naar het Amerikaanse Consulaat ging om een visum te halen, bleek dit gesloten te zijn: Duitsland had Nederland de oorlog verklaard. Ze werd met haar zoontje naar Westerbork gestuurd en vandaar naar Liebenau. Na zeven keer op de transportlijst te hebben gestaan, slaagde ze er uiteindelijk in de Amerikaanse papieren te laten zien. Via een gevangenenruil zijn ze uiteindelijk vrijgekomen en alsnog naar de Verenigde Staten gereisd.
Verlovingsadvertentie Frits Landau en Amalia LorchFrits bleef in Nederland. Hij werd handelsreiziger en bleef lang ongehuwd. Op 6 juni 1942 verloofde hij zich met Amalia Lorch, geboren op 20 december 1902 in Bocholt. In augustus van hetzelfde jaar trouwden zij en gingen inwonen bij de familie Schaap (’t Dal 8, thans door omnummering 't Dal 1). Al spoedig moesten zij onderduiken. Omdat zij door de illegaliteit als een risico voor de veiligheid van andere onderduikers werden beschouwd, zijn zij op 17 maart 1943 geliquideerd en op een onbekende plaats begraven.
Slager Levie Salomon Schaap werd geboren op 6 november 1887 in Vriezenveen. Hij vestigde zich in het begin van de twintigste eeuw in Aalten, waar hij op 9 juni 1916 in het huwelijk trad met Ella Philips, geboren op 25 februari 1886 in Winterswijk.
Aanvankelijk had de familie Schaap een slagerij aan de Hoogestraat 41, in 1937 verhuisden zij naar ’t Dal 8 (door omnummering tegenwoordig: ’t Dal 1). In datzelfde jaar kreeg Levie toestemming van het ministerie van Economische Zaken om een slagerijbedrijf te beginnen in het perceel Industriestraat 4, in de nabijheid van de toen ook al bestaande kalverslachterij.
Levie en Ella hadden een dochter en een zoon. De dochter, Serafina, werd geboren op 18 juni 1917. Op twintigjarige leeftijd vertrok zij als fabrieksarbeidster naar Amsterdam; via Amersfoort verdween ze naar een onbekende plaats in Centraal Europa, waar ze stierf op 30 september 1944.
De zoon, Eliazar Hars, geboren op 23 juli 1920, werd evenals zijn vader slager, maar ging al op 18-jarige leeftijd elders werken. Hij kwam in een Joods werkkamp terecht. Deze werkkampen waren aanvankelijk bedoeld voor de talloze werklozen die door de crisisjaren hun werk verloren hadden. Op 10 oktober 1941 werd door de Duitse rijkscommissaris Artur Seyss-Inquart besloten om deze kampen voor joodse mannen te gebruiken. Deze waren in het bijzonder door werkloosheid getroffen omdat ze uit hun banen werden ontslagen vanwege hun afkomst. De kampen bevonden zich voornamelijk in het noorden en oosten van ons land. Bij sommige kampen wordt aangegeven waar de tewerkgestelden vandaan kwamen. Vermoedelijk hebben Eliazar, Wijnand Andriesse en misschien ook Albert Lewy in hetzelfde kamp gezeten, namelijk Ruinen in Drenthe, waarvan bekend is dat er mannen uit de Achterhoek heen gestuurd werden. Vanuit het werkkamp is Eliazar naar Auschwitz overgebracht, waar hij op 28 februari 1943 om het leven is gebracht, nog geen 23 jaar oud.
De ouders, Levie en Ella, behoorden tot de groep Joodse inwoners van Aalten die als laatsten naar Vught vertrokken. Via Westerbork zijn ze naar Sobibor getransporteerd, waar ze beiden op 28 april 1943 zijn vermoord, respectievelijk 55 en 57 jaar oud.
Hier herdacht Levie Salomon Schaap 1887 – 1943 Eliazer Hars Schaap 1920 – 1943 Frits Landau 1905 – 1943 Amalia Landau-Lorch 1902 – 1943 Ella Schaap-Philips 1886 – 1943 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail