Olmstraat 4
Almelo
Het leven van Wijbe Hankel lag lang verborgen in een klein metalen kistje, op een zolder in Borne. Zondag kreeg de Almelose verzetsheld Hankel een eigen Stolperstein. Om even bij zijn leven stil te staan.
Dat Wijbe Hankel in het verzet had gezeten, dat wist de familie wel. Dat hij in 1941 werd opgepakt en uiteindelijk in 1944, als begin vijftiger, in Dachau aan zijn einde kwam, dat was ook wel bekend. Maar veel meer ook niet. „In en na de oorlog werd er niet of weinig over gesproken. We wisten wel dat ze joden hadden verborgen, maar wat er verder met hem is gebeurd, daar weten we weinig van.”
De joden zaten overigens niet onder vloer aan de Olmstraat, maar een straatje verder, in de Lindestraat 38. Daar woonde Wiebe Edelijn, de kleinzoon van moeders kant. „Ik wist dat er een luik in de vloer zat, maar als kinderen hebben we daar nooit aandacht aan besteed. Er werd ook nooit over gesproken.”
Wiebe Hankel, die in Giethoorn woont, weet wel dat de familie Hankel oorspronkelijk uit Duitsland komt. „Ergens rond 1850 zijn ze naar Zuidwolde gekomen om te werken in de veengebieden. Het was crisis. Toen het daar ook minder werd, zijn mijn opa en oma in 1928 naar Almelo getrokken. Daar was nog werk in de textiel. Ze hebben daar al die tijd in de Olmstraat 4 gewoond.”
Nu komt het inmiddels bekende kistje in beeld. Dat lag op zolder bij Frans Edelijn in Borne, de broer van Wiebe. De moeder van de Bornse gepensioneerde wethouder is van Hankel. Wijbe Hankel was haar vader.
De zeventigplusser Edelijn, die er zondag in Almelo niet bij was: „De hele familie zat zwaar in het verzet. Ze hebben meer dan dertig joden onder de vloer gehad. De lijn van de oorlog werd echter pas duidelijk toen we dat geldkistje openden dat we al vele jaren bewaarden. Daar bleek een stapel brieven in te liggen die Wijbe had geschreven nadat hij in de oorlog werd opgepakt omdat hij communist was. Dat leidde tot grote spanningen in de familie, omdat ze bang waren dat de joodse onderduikers verlinkt zouden worden.” Dat gebeurde uiteindelijk niet.
Wel blijkt uit de brieven hoe Wijbe Hankel de gang naar zijn einde heeft gemaakt. Frans Edelijn: „Mijn opa werd in juni 1941 opgepakt als politiek gevangene. Eerst naar een gevangenkamp in Schoorl, daarna naar Kamp Amersfoort. Daar heerste een schrikbewind”.
Hij zat er ongeveer 2,5 maand. Op 7 december komt weer een brief. „In zijn laatste brief uit Kamp Amersfoort wenste hij zijn familie nog prettige feestdagen. De eerstvolgende brief kwam uit Neuengamme, een werkkamp bij Hamburg, waar ook veel mensen zijn omgekomen.”
Volgens Edelijn was het de meest afschuwelijke periode. Hij werkte er in een steenfabriek. Op 19 december 1942 komt de allerlaatste brief. Hij werd naar Dachau gebracht waar hij op 31 augustus 1944 overleed. Edelijn: „Ik heb de Sterbensurkunde nog, het bewijs van overlijden. Het was voor mijn familie een afschuwelijk bericht. Mijn oma is de klap niet meer te boven gekomen. Het was een groot drama. Ze is in 1948 overleden. Van verdriet.”
Bron: https://www.tubantia.nl/almelo/almelose-verzetsheld-wijbe-postuum-geeerd-ik-wist-dat-er-een-luik-in-de-vloer-zat~a1f831bf/
Hier herdacht
Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail