Blasiusstraat 93-103 Amsterdam
Amsterdam, Blasiusstraat 101 op 3 september 2024 Het duurde even… maar we zijn nu samen op de plek waar in 1943 nog het huis stond van Gerrit en Marianne Sluijter. Onze ouders, schoonouders, grootouder en zelfs overgrootouders. Hier hebben Sophia en Betty Sluijter ook nog gewoond. Betty en Jody zijn hier zelfs geboren. Jody is hier nauwelijks geweest, omdat hij net geboren was en langdurig in het kinderziekenhuis lag. Gerrit Sluijter is geboren op 15 november 1905 en Marianne Sax op 31 augustus 1907 ze trouwden op 26 november 1930 en kregen 5 kinderen: Levie geboren op 9 maart 1932 Sofia, Fietje op 21 december 1934 Leentje op 10 november 1936 Betty op 17 augustus 1939 Joachim, Jody geboren op 21 oktober 1941 Behalve Betty en Jody, zijn de anderen voor mij onbekenden. Voor Jody ook, hij is vanaf zijn late pubertijd bezig geweest om informatie te verzamelen en een beeld te krijgen van het gezin waar hij uit voort kwam. Die verzameling staan nu in mappen in zijn boekenkast. Daar kon ik dankbaar gebruik van maken, want hoe mooi is het om hun verhaal hier te vertellen. Ik kan weinig zeggen over hun karakter, emoties, zorgen of twijfels, maar al lezend door de mappen, kon ik mij wel veel voorstellen en kwamen er soms vragen bij mij op. Als ik iets vertel wat niet klopt, dan ligt dat vooral aan mij. Ik heb het verkeerd begrepen of (en dat is waarschijnlijker) mijn fantasie ging met mij aan de haal. Van bijna alle kinderen vond ik kopieën van geboorteberichten in de krant. Dat zegt, wat mij betreft, hoe blij Gerrit en Marianne waren met de geboorte van hun kinderen. Levie en Leentje overleden al zeer jong, nog voor de oorlog. Fietje, Betty en Jody maakten de oorlog wel mee. Waarbij Betty en Jody de oorlog overleefden. Helaas is Betty 2 ½ jaar geleden op 82-jarige leeftijd overleden. Ze had er graag bij geweest vandaag en ik denk dat ze van boven toekijkt. Het is daarom des te fijner dat Ilana, Max en Frist hier kunnen zijn. Jody is er nog gelukkig. Hij kan er vandaag bij zijn. Dat wilde je ook graag... Waar ik in al die mappen, al lezend achter kwam is, dat de families Sluijter en Sax geen vrome Joden waren, uit de verhalen komt naar voren dat ze niet echt actief mee deden met de Joodse gemeente. Maar…hoogtijdagen als Brit Mila en bijvoorbeeld een Hupa vierden ze wel. En je trouwde bij voorkeur wel met een Jood of Jodin, maar we weten dat twee zussen van Gerrit met een niet Jood trouwden, dat deed toen nogal wat stof opwaaien... Ik kan mij daarom voorstellen dat het uitbreken van de oorlog, hun opeens deed realiseren dat ze ‘meer Joods’ waren dan ze dachten. Gerrit en Marianne hadden weinig om van rond te komen. Mede hierdoor verhuisden ze heel veel. Vaak 1x per jaar en soms zelfs 2x per jaar; Ze woonden in Amsterdam en een perioden van 3 jaar ook in Den Helder, -waar Fietje werd geboren- om daarna weer terug te keren naar hun eigen Amsterdam, waarvandaan ze uiteindelijk in 1943 werden gedeporteerd. Waarom verhuisden ze zo veel? Was dat omdat ze schulden hadden en weg moesten? Of omdat ze gestoffeerd huurden en de spullen versleten waren? Ik weet wel dat het in die tijd gebruikelijk was om veel te verhuizen als je arm was, het eerste jaar hoefde n.l. je nog geen huur te betalen. Dan zorgde je ervoor dat je verhuisde voordat de huur betaald moest worden. Terug in Amsterdam woonden ze eerst nog in de Lepelstraat en hun laatste adres was de Blasiusstraat, eerst op nr. 126 I en later op nummer 101 II, waar we nu vandaag staan. Ik las dat Gerrit klein van stuk was (dat zien we ook terug in onze familie nu), maar dat weerhield hem niet, of juist daarom zat hij op boksen bij een vereniging in de Albert Cuijpstraat. Hij had in de tijd dat ze in Den Helder woonden een Amsterdamse fruithandel. Een handelaar dus, maar niet een heel succesvolle, want niet altijd lukte het hem om fruit in te kopen. Dan leende hij weer geld, waardoor hij in de problemen kwam. ...zou hij daarom op boksen gezeten hebben?.. Om zichzelf te verdedigen? Ik kan mij voorstellen dat ruzie om wat geldschulden wel eens voor kwam. Ze moesten van weinig rondkomen en hadden Maatschappelijke steun nodig. Nu zou je dat een uitkering noemen. Dat maakte dat Marianne zuinig was, ze kwam zelf ook uit een arm gezin, dus ze wist hoe ze rond moest komen met weinig middelen. Ze was creatief en kon heel goed naaien, dat was haar hobby. Ze heeft tot haar huwelijk bij de fabriek van Hollandia Kattenburg gewerkt. Dat was de grootste fabriek in Europa voor regenkleding. Eenmaal getouwd hielp Marianne, Gerrit met de handel. Ze naaide ook kleding voor haar kinderen, met -zoals dat ging toen- grote zomen, zodat je er langer mee kon doen. Ook toen de oorlog al lang ver gevorderd was en er veel Joden al opgepakt waren, naaide ze jurkjes met grote zomen. Dacht ze -net als veel anderen- dat de nare gevolgen van die oorlog haar eigen gezin niet zouden overkomen? Uiteindelijk toen de razzia’s dichtbij kwamen, doken ze onder, maar Gerrit werd op 3 april 1943 verraden en weggevoerd. Marianne voelde zich verloren. Ze mistte hem. Betty en Fietje waren op andere adressen al ondergedoken. Alleen Jody lag nog in het Joods kinderziekenhuis. Marianne is Jody uit het ziekenhuis op gaan halen en heeft hem op straat bij een wildvreemde afgegeven om zichzelf -ondanks kansen en waarschuwingen van anderen- aan te geven bij de Duitsers. Ze kon nog onderduiken, maar wilde niet. Ze wilde naar Gerrit. Was ze naïef? Hield ze zoveel van die man? Dacht ze dat ze hem kon ophalen of redden? Hoe laat je in vredesnaam 3 kinderen achter? We zullen het nooit weten... Marianne reisde alleen, op de transportlijst stonden geen familie leden. Ze had op haar reis bij aankomst van het transport op 17 mei 1943 in Westerbork in ieder geval 14 gulden bij zich, ik kan mij voorstellen dat dit al haar spaargeld was. Ze had er niet veel aan, want een dag later, op 18 mei werd ze gedeporteerd naar Sobibor, waar ze op 21 mei werd vermoord. Zij was pas 35 jaar oud. Het trieste van dit alles is, dat ze naar haar man ging die, bij haar vertrek uit Amsterdam, al ruim een maand daarvoor was vermoord. Want nadat Gerrit was opgepakt, is hij gedeporteerd via Westerbork, naar Sobibor waar hij op 9 april 1943 werd vermoord. Hij was 37 jaar oud. En de kinderen dan? Sofia Sluijter is onder de schuilnaam Mientje de Roode ondergedoken geweest in het gezin Stroo in Koog aan de Zaan, die een woonark had. Door verraad werd ook zij op 10 maart 1944 samen met haar onderduikgever Jacob Stroo opgepakt. Nadat ze was afgevoerd naar het kamp Vught werd ze onder de naam Mientje de Roo, doorgestuurd naar Westerbork. Op 8 april 1944, een jaar voor de bevrijding, kwam zij in Auschwitz om het leven. Stel je voor… zo’n jong meisje, alleen... Want Jacob Stroo was niet bij haar, maar zat -omdat hij onderduikers hielp- in de gevangenis. Wat moet ze zich die maand radeloos, eenzaam en verdrietig hebben gevoeld. Een meisje van 9 jaar... alleen... Jacob bleek een goed mens, hield van Sofia en heeft na de oorlog nog lang gedacht dat Sofia terug zou komen. Verschrikkelijke en aangrijpende levensverhalen van de familie Sluiter en Sax zijn dit. Ze zijn er niet meer en mogen door de vreselijke gebeurtenissen niet vergeten worden. Daarom zijn we vandaag hier, om voor Gerrit, Marianne en Fietje een stolpensteen te plaatsen op de laatste plek waar ze woorden voor ze werden opgepakt. Omdat Betty een stem te geven en omdat we weten dat ze er graag bij had willen zijn, leest Ilana een stukje voor dat ik vond. Betty schreef het in 2011, het werd geplaatst in het tijdschrift de Margriet. Nomi Sluijter
Hier herdacht Marianne Sluijter-Sax 1907 – 1943 Gerrit Sluijter 1905 – 1943 Sofia Sluijter 1934 – 1944 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail