Deurloostraat 74
Amsterdam
Ferenc (hierna te noemen: Franz) Weisz werd in Boedapest geboren op 2 augustus 1893 en rondde aldaar, aan de Liszt-akademie, zijn opleiding tot pianist en componist af in 1914. Hij was de broer van Simon Weisz
In 1920 vestigde hij zich samen met zijn broer Simon Weisz in Amsterdam, waar hij in 1925 trouwde met Henriëtte Roos. Op 24 december 1932 is Franz Weisz tot Nederlander genaturaliseerd. In 1934 scheidde het paar, waarna Henriëtte naar Frankrijk en na de oorlog naar New York verhuisde.
Franz Weisz gaf pianoles aan huis en had daarnaast van 1938 tot 1940 een aanstelling aan het Amsterdams Muzieklyceum als assistent van pianist/docent Alexander Borovsky. Hij vormde een pianoduo met Olga Moszkowsky; in 1938 gaven zij de Nederlandse première van Scaramouche van Darius Milhaud.
Franz Weisz weigerde onder te duiken: ” Joh, ik heb me nooit met politiek ingelaten, dus ik ben niet interessant.” Voorjaar 1943 werd Franz in zijn woning aan de Deurloostraat 74 in Amsterdam door de Duitse bezetter aangehouden en afgevoerd naar de Hollandsche Schouwburg en op transport gezet naar kamp Westerbork. Op 18 januari 1944 werd hij gedeporteerd naar het Joods getto Theresienstadt. Vanuit Theresienstadt is hij op 28 september 1944 naar Auschwitz gedeporteerd waar hij op 30 september op 51-jarige leeftijd in de gaskamer beestachtig werd vermoord door de Nazi’s.
Franz had geen kinderen. Zijn broer Simon Weisz overleefde de bezetting en overleed in 1980.
De namen Franz (Ferenc) Weisz en Philippine de Ploeg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen omdat zij elkaar graag mochten, samen kinderen hadden en beiden zeer geliefd waren in de familiekring, maar vooral ook omdat zij beiden gelijktijdig dezelfde noodlottige weg moesten volgen, vanuit Amsterdam via Westerbork en Theresienstadt naar Auschwitz, waar beiden kort na elkaar om het leven werden gebracht. Volgens een overlevende die kort na de oorlog terugkeerde, zijn beiden in Theresienstadt met elkaar opgetrokken en gezien. Toen Franz op transport naar Auschwitz werd gezet, gaf Philippine aan hem te willen volgen.
De naam Franz Weisz leeft voort bij zijn achterneven en –nichten en hun kinderen en kleinkinderen. Zijn leven en naam is niet vergeten!
Franz (Ferenc) Weisz componist
Van de componist Franz Weisz waren tot 2009 alleen zijn opus 1 t/m 3 bekend: werk uit de jaren 1913 t/m 1924, in Hongarije gedrukt en door Weisz zelf aan tenminste één leerling ter hand gesteld: Niek Verkruisen Azn. Verkruisen heeft het onderzoek naar het werk van zijn voormalige pianoleraar op gang gebracht, wat uiteindelijk, met behulp van biografe Annette de Klerk, geleid heeft tot publicatie, in 2008, van alle tot dan toe bekende biografische gegevens en pianowerken. Deze bundel is verzonden naar alle personen en instanties die behulpzaam zijn geweest bij het onderzoek.
Op 19 januari 2009 organiseerde de Leo Smit Stichting het 100ste Uilenburger Concert (Uilenburger Synagoge, Amsterdam). Op het programma, merendeels bestaand uit recent teruggevonden werk van in de oorlog omgekomen Joodse componisten, stond de Suite für Klavier (opus 2, 1922) van Franz Weisz, gespeeld door Marcel Worms.
Tijdens zijn verblijf in Nederland bleef Franz Weisz zich met muziek, en dan specifiek met piano, bezighouden. In 1928 trad hij als pianist op tijdens de opening van een tentoonstelling van het Stedelijk Museum in Amsterdam. In de jaren dertig gaf hij regelmatig concerten in Amsterdam. In 1938 werd hij benoemd tot assistent van de Russische pianist Alexander Borovsky. Hij assisteerde hem bij het geven van een zogeheten meestercursus aan het Amsterdams Muzieklyceum. Naast het spelen hield Franz Weisz zich eveneens bezig met componeren.
Toen Franz Weisz op 25 mei 1943 naar Westerbork gedeporteerd was, bleek hij zich daar nog altijd met muziek bezig te kunnen houden. Hij werd er door de commandant bevorderd van vuilnisman tot pianist. Er werden zelfs een aantal vleugels voor hem hersteld. Op 27 mei 1944 begeleidde hij in Theresienstadt de Tsjechische violist Karel Frohlich bij een sonate-programma.
Van Ferenc Weisz zijn drie pianowerken in 1929 door de uitgeverij Rozsavolgy uit Boedapest gepubliceerd. Het betreft:
Concertetude op.1 nr.1 (1913 opgedragen aan Stephan Tomka) - Concertetude op.1 nr.2 (1918) -
Pianosuite op.2 (I Traum - II Tanz - III Idylle -IV Arabeske) (1922 opgedragen aan Dirk Schafer) -
Nocturne op.3 nr.1 (1924 opgedragen aan Stephan Toman) Concertetude op.3. nr.2 (1924 opgedragen aan Stephan Toman)
De Muziekbibliotheek van het Muziekcentrum voor de Omroep (MCO) in Hilversum is in het bezit van deze werken.
Hier herdacht
Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail