Walter Landauer werd op 31 augustus 1902 in Berlijn geboren in een Duits-joodse koopmansfamilie. Zijn vader was medeoprichter van een confectiebedrijf en stierf toen Walter 14 jaar oud was. Na zijn rechtenstudie werkte hij als redacteur bij de Berlijnse uitgeverij Die Schmiede, waarna hij in 1928 overstapte naar Gustav Kiepenheuer Verlag, dat na de machtsovername door de nazi’s gedwongen werd zijn activiteiten te staken. Op 1 april 1933, de dag van de boycot tegen joden, emigreerde hij uit Duitsland.
Landauer woonde aanvankelijk in Parijs en nam in het najaar van 1933 de leiding over van de Duitse uitgeverijafdeling bij Allert de Lange in Amsterdam. Daar gaf hij boeken uit van eveneens geëmigreerde auteurs, zoals Joseph Roth, Irmgard Keun, Gina Kaus, Adrienne Thomas, Annemarie Selinko, Bertolt Brecht, Ödön von Horváth, Alma Mahler en Stefan Zweig.
Na de Duitse invasie van Nederland op 10-5-1940 bleef hij in Amsterdam en dook onder toen hij, als jood, werd opgeroepen zich te melden in Westerbork. Tijdens een poging om naar Zwitserland te vluchten werd hij gearresteerd en op 31-7-1943 overgebracht naar het politietransitkamp Westerbork. Van daaruit werd hij op 11-1-1944 overgebracht naar het concentratiekamp Bergen-Belsen, waar hij op een uitwisseling wachtte. Die heeft hij niet meer meegemaakt. Verzwakt en ziek stierf hij op 20-12-1944 in Bergen-Belsen.