Jacob van Lennepkade 209 huis Amsterdam
Zijn roepnaam was Evert. Woonde in Amsterdam, Jacob van Lennepkade 209hs. Zoon van timmerman Everardus Johannes Josephus van Alen (7 maart 1899 Amsterdam – 18 april 1960 Amsterdam) en Everdina van Ham (20 juli 1900 Amsterdam – 9 februari 1981 Amsterdam). Ongehuwd. Machinebankwerker (persoonskaart)/smid (overlijdensakte). Op de ochtend van 26 februari 1941, de tweede dag van de Februaristaking in Amsterdam, is de zestienjarige jongen op de Jacob van Lennepkade door een kogel dodelijk getroffen. HET VERHAAL VAN OME FRANS VAN ALEN In februari werd er door de ondergrondse (dat waren mensen die tegen de Duitsers vochten en sabotage pleegden) én de Amsterdamse bevolking een staking georganiseerd, de zogenaamde Februari Staking 1941. Bij ons in de buurt, onder andere in de Kinkerstraat, werden de trams ondersteboven gegooid. De Duitsers hadden zo een opstand nooit verwacht. De Groene politie (soort AA) moest worden ingeschakeld om de orde te handhaven. Ze waren bang en begonnen te schieten. Er waren op de Jacob van Lennepkade, waar wij woonden, diverse kolen opslagplaatsen. Daar voeren de boten met kolen naar de kolenhandelaren. De protesterende mensen liepen op de walkant achter de schuiten aan en riepen: “Hé, slijmerds, jullie moeten ook staken, gooi die boten aan de kant”. Mijn vader en mijn broer Evert, van toen 16 jaar, die op de bloemgracht in een metaal bewerkingsbedrijf werkte, waren ook aan het staken. Mijn broer ging even kijken wat er aan de hand was. Hij stond bij de peperbus bij de brug van de Jan Pieter Heijestraat. De Groene politie kwam uit de Lootsstraat en begon meteen te schieten en met handgranaten te gooien. Op een gegeven moment gooiden ze een handgranaat, die boven de rug van mijn broer ontplofte. Dit veroorzaakte een groot gat in zijn rug waardoor zijn longslagader was gesprongen. Ook kreeg hij 7 mitrailleurkogels in zijn rug. Hij viel gelukkig achterover, anders was hij in het water gevallen. Twee EHBO’ers, die naast ons woonden, hebben éérste hulp verleend. Zij hebben de longslagader bij elkaar gehouden, maar doordat de ambulance pas na 20 minuten kwam, is mijn broer in die tussentijd doodgebloed. Dit was dus de eerste slag. Het gebeurde op 26 februari 1941 omstreeks 11.00 uur! Ik zat toen op school en weet nog dat iemand (vader of broer) mij van school kwam halen en vertelde dat Evert was overleden. Ik was toen net 13 jaar geworden. Ergens vond ik het leuk, want ik had vrij en het was interessant. Naderhand realiseerde ik me dat mijn broer dood was. Mijn broer werd opgebaard in het Wilhelmina ziekenhuis. Daar werd een lijkschouwing gehouden. We kregen van de Nederlands politie te horen dat mijn broer op 1 april begraven moest worden. De Duitse bezetting verwachtte een opstand omdat iedereen hels was over het feit dat er een dode was gevallen. Alleen familie mocht naar de kerk voor de begrafenis. Toch waren er nog velen die het verbod trotseerden. De Groene politie stond voor de kerk om de mensen die in de kerk zaten in de gaten te houden, om een eventuele opstand te voorkomen. Maar de pastoor die de mis deed, kreeg een seintje dat er zoveel Duitsers voor de deur stonden. Hij zei toen in zijn preek dat als de dienst afgelopen was, de mannen die geen familie waren de kerk via de achterkant moesten verlaten. In feite stond de Duitse politie voor joker. Zij zagen alleen vrouwen en familieleden. ’s-Middags moest ik naar het Wilhelmina ziekenhuis om de kleren van mijn broer te gaan halen, ze waren daar gewassen. Je zag de inslag van de mitrailleurkogels en de bovenkant van de schouder was helemaal stuk. Dit was vreselijk, maar we moesten verder. Mijn moeder had het er heel moeilijk mee, mijn broer was tenslotte pas 16 jaar! In november van dat jaar werd Ria (mijn jongste zus) geboren. Hierdoor werd de dood van mijn broer een beetje gecompenseerd. De getuigenis van ome Frans van Alen is opgetekend door zijn kleindochter Ryanne.
Hier herdacht Everardus Hillegardus van Alen 1924 – 1941 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail