Van Baerlestraat 98 Amsterdam
Frieder Weissmann (Langen (Hessen), 23 januari 1893 - Amsterdam, 4 januari 1984[2]) was een van de bekendste jonge Duitse dirigenten ten tijde van de Weimarrepubliek. Hij nam gedurende zijn carrière meer dan 2000 grammofoonplaten op. Samuel (zijn geboortenaam), ook wel Semy, werd geboren in Langen (Hessen) als zoon van Russische immigranten. Hij groeide op in Frankfurt, waar zijn vader voorzanger in de synagoge was. Vanaf 1916 gebruikte hij de voornaam Frieder. Hoewel hij zich aangetrokken voelde tot muziek, wilde zijn vader dat hij rechten studeerde, maar de organist Philipp Wolfrum en later de componist Walter Braunfels stuurden hem toch in de richting van de klassieke muziek. In het bijzonder de ontwikkelende grammofoonplatenindustrie zorgde ervoor dat hij uitgroeide tot een aanzienlijk musicus. In 1920 promoveerde hij aan de Universiteit van München met een dissertatie over de componist Georg Abraham Schneider. Hij was tussen 1921 en 1933 als huisdirigent van de platenlabels Parlophone en Odeon verantwoordelijk voor het merendeel van de klassieke grammofoonopnames in Duitsland en hij was de eerste dirigent die alle Beethovensymfonieën op de plaat zette. Hij werkte met veel grote operazangers van die tijd, Richard Tauber, Joseph Schmidt, Lotte Lehmann, Lauritz Melchior, Emanuel Feuermann, Josef Wolfsthal en Moriz Rosenthal. Weissmann had in deze periode een relatie met de sopraan Meta Seinemeyer. Hij trouwde met haar vlak voor ze in 1929 stierf aan leukemie. In 1933 greep Hitler de macht en toen de Nazi's zogenaamde "on-Duitse" boeken gingen verbranden vluchtte hij naar Nederland en vervolgde zijn carrière voor het Concertgebouworkest en met radio-uitzendingen van de AVRO. Hij trad vanaf 1934 op in Argentinië (waarvan hij later zei dat het tot de mooiste herinneringen van zijn carrière behoorde). Hij werkte in Nederland en in Argentinië omdat de theaterseizoenen elkaar afwisselden. Hij kreeg in 1935 het Argentijnse staatsburgerschap en huwde in 1937 zijn tweede echtgenote Rosita Chevallier-Boutell. Vanaf 1937 trad hij op in de Verenigde Staten. Nadat zijn vader enkele maanden na de Kristallnacht overleed haalde hij met hulp van de sopraan Ankie van Wickevoort Crommelin, die banden met de minister had, zijn moeder naar Amsterdam. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was hij echter in Amerika en kon hij niet meer terug naar Nederland, waar zijn moeder werd opgepakt en vermoord. Na de oorlog bleef hij in Amerika dirigeren maar in 1948 was hij voor het eerst weer in Nederland om voor het 25-jarig jubileum van de AVRO te spelen. Van 1950 tot 1953 dirigeerde hij in Cuba totdat daar de politieke situatie dat verhinderde. Daarna trad hij alleen nog op als gastdirigent op vele podia. Hij dirigeerde in Italië, België en Nederland, maar na vijftig jaar ook weer in Duitsland, overigens matig gewaardeerd. In 1958 raakte Weissmann bevriend met Sylvia Quiël, een relatie die met pieken en dalen tot 1976 duurde. Na de dood van Weissmanns vrouw in 1980 vereenzaamde hij. Hij werd tweemaal in het ziekenhuis opgenomen. Twee jaar na de dood van zijn vrouw haalden Carel en Sylvia Willink hem uit de Verenigde Staten naar Nederland. Weissmann stierf op 4 januari 1984 op 90-jarige leeftijd en werd begraven op Zorgvlied in het graf van de schilder Carel Willink.
Hier herdacht Dr. Frieder Weissmann 1893 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail