De vijf slachtoffers die op het terrein van de voormalige abdij Koningsoord worden herdacht, waren van joodse afkomst en bekeerden zich tot het katholicisme; zij werden door de nazi’s vervolgd nadat de Nederlandse bisschoppen protest hadden aangetekend tegen de deportatie van joden. De zussen Löb – Lina (zuster Hedwigis), Theodora (zuster Maria-Theresia) en Louise (zuster Veronica) – behoorden tot een joodse familie die zich tot het katholicisme had bekeerd; net als enkele broers kozen zij voor het kloosterleven. Lina en Theodora werden op 2 augustus 1942 gearresteerd, via Westerbork gedeporteerd en in Auschwitz vermoord. Louise, die ernstig ziek was door tuberculose, ontsnapte aanvankelijk aan deportatie, maar stierf in 1944 in Koningsoord. Hun broer Hans Löb, die geen monnik was, werd later gearresteerd en stierf in 1945 in Buchenwald. Dr. Lisamaria Meirowsky, een Duits-joodse katholieke arts die ondergedoken was in Koningsoord, werd op dezelfde dag als de zusters gearresteerd en op 9 augustus 1942 in Auschwitz vermoord.