Fikkert had een bewogen leven. Vóór de Duitse invasie was hij reserve-luitenant in het Nederlandse leger, verbonden aan de generale stafafdeling die spionagewerk verrichtte. Op 13 mei 1940 kreeg Fikkert van het Nederlandse legercommando het bevel om naar Engeland te gaan om zich bij de Britse geheime dienst aan te sluiten. Eenmaal in Engeland aangekomen, werd hij echter niet bij die dienst ingedeeld, maar kwam hij terecht in een kamp met andere soldaten die naar Engeland waren gevlucht. Fikkert verzocht daarom om naar Nederlands-Indië te worden gestuurd. Dit werd toegestaan, maar op zijn reis naar Indië kwam hij niet verder dan Lissabon, waar hij werd opgepakt door een Duitse spion. In Berlijn werd hij ondervraagd over zijn spionageactiviteiten. Na de ondervragingen werd hij niet naar een concentratiekamp gestuurd, maar vrijgelaten, waarna hij weer in Enschede terechtkwam. Hier richtte hij een spionagegroep op. De groep werd geïnfiltreerd en opgepakt, en Fikkert werd op 25 juli 1944 bij Fort Rijnauwen gefusilleerd.