Barend Italiaander, geboren in Amsterdam in 1912, werd opgeleid in het diamantvak en werkte later als etaleur, decorateur en lakschrijver. In 1938 trouwde hij met Schoontje Peper, geboren in Amsterdam in 1907, die kantoorbediende was. Hun zoon Rudolf Abraham werd op 27 februari 1939 in Amsterdam geboren. Eind augustus 1939 verhuisde het gezin naar Cremerplein 33 in Haarlem, waar op 26 september 1940 dochter Nora werd geboren. Toen Joden niet meer mochten werken, kreeg Barend via de Joodse Raad een baan als hulpportier bij het Joles Ziekenhuis.
Op 23 december 1942 kreeg het gezin opdracht te verhuizen naar de Kamperstraat 6. In februari 1943 moesten alle Joden uit Haarlem naar Amsterdam vertrekken. Op 25 mei 1943 kwam het gezin in Westerbork aan en op 1 juni werd het naar Sobibor gedeporteerd. Daar werden zij op 4 juni 1943 vermoord. Barend was 31 jaar, Schoontje 36, Rudolf 4 en Nora 2.