Alfred Salomonson (1895, Amsterdam), metaalhandelaar, trouwde in 1932 in Londen met Jenny Gestetner. Ze woonden in Brussel en later in Haarlem, waar dochter Martha (1934) en zoon Philip (1943) werden geboren. Ondanks rijke familieleden in het buitenland bleven ze in Nederland. In 1942 werd Alfred naar werkkamp Vledder gestuurd maar ontsnapte; het gezin dook onder onder de naam Smit in Lunteren. In november 1943 werden ze gearresteerd en naar Westerbork gebracht. Alfred stierf begin 1944 in de gevangenis in Scheveningen. Jenny en de kinderen werden op 3 maart 1944 gedeporteerd naar Auschwitz, waar ze bij aankomst werden vermoord. Alfreds zussen kwamen ook om. Jenny's familie in Londen, verbonden aan het stencilbedrijf Gestetner, overleefde. Verborgen brieven van neef Flip Slier (later gedood in Sobibor) werpen licht op Alfreds oorlogsjaren. Na de oorlog werden Alfreds begraven kostbaarheden blootgelegd, maar zijn familie was verdwenen.