David Koe (1901, Amsterdam) verloor zijn moeder jong en groeide deels op in het Joodse weeshuis De Bergstichting. In 1928 trouwde hij met Seraphine Oppenheimer (1902, Duitsland). Ze woonden in Amsterdam, daarna in Haarlem, waar hun kinderen Rosa (1931), Louis (1936) en Barend (1937) werden geboren. David werkte in de boterhandel en had later een zaak in huishoudelijke artikelen. Vanaf 1942 kreeg het gezin te maken met toenemende ontberingen en gedwongen verhuizingen, uiteindelijk woonden ze bij familie in Amsterdam. In mei 1943 werden ze naar Kamp Vught gestuurd; de kinderen werden gescheiden tijdens het Kindertransport naar Westerbork. Op 6 juli 1943 werd het hele gezin gedeporteerd naar Sobibor en vermoord. Seraphine's zussen Else Margarete en Luise overleefden en emigreerden na de oorlog naar Israël. Door hen zijn foto's van de familie bewaard gebleven. Davids zussen Sara, Mina, Esther en Kaatje kwamen allemaal om in Auschwitz.