Margaretha de Waart-Eljon, 'Greta', werd op 29 november 1896 in Amsterdam geboren en werd opgeleid tot diamantwerkster. In 1924 trouwde zij met de niet-Joodse kapper Hendrikus de Waart. Zij had drie kinderen: Max, Maria Martina en Paula. Het gezin verhuisde in 1934 naar Velsen, in 1938 naar Haarlem en op 8 april 1940 naar de Roerdompstraat 13.
Margaretha nam haar neefje Jack Eljon, geboren in 1937, in huis, omdat hij bij zijn Joodse ouders niet veilig was. Na de razzia van augustus 1942 werd hij onder een andere naam naar een pleeggezin in Zeist gebracht. Hij overleefde de oorlog. In februari 1943 moest het gezin naar Amsterdam verhuizen. Op 8 september 1943 werd Margaretha vlak bij haar huis aangehouden omdat zij geen Jodenster droeg. Zij werd vastgezet, naar de Hollandsche Schouwburg gebracht en daarna naar kamp Vught. Op 15 november 1943 werd zij naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij uiterlijk op 31 januari 1944 werd vermoord. Zij was 47 jaar.