Roodenburgerstraat 1a Leiden
Alice Blitz werd geboren op 18 juli 1923 in Leiden en woonde op Haarlemmerstraat 315. Haar ouders, Jacob Blitz en Esther Hangjas, waren liefdevolle steunpilaren in haar leven. Haar vader was een muziekleraar en gaf vioolles aan getalenteerde leerlingen. Het gezin verhuisde in 1936 naar Zoeterwoudsesingel 10, waar Alice opgroeide en bekend stond om haar mooie blauwe ogen en kuiltjes in haar wangen. Ze nam actief deel aan religieus onderwijs en deed het goed op school. Na gedwongen vertrek van de joodse meisjes van de HBS, ging Alice werken als tandartsassistente en later als huishoudelijk assistente in het Joodse weeshuis in Leiden. Op 17 maart 1943 werd Alice samen met de kinderen en medewerkers gearresteerd en naar Westerbork gebracht. Op 26 maart 1943 werd ze op 19-jarige leeftijd samen met 25 van 'haar' kinderen in Sobibor vermoord. Lotte en Henny Adler groeiden op in Frankfurt am Main tijdens de opkomst van nazi-Duitsland. Hun vader werd gedeporteerd en overleed in het concentratiekamp Buchenwald. Na de Kristallnacht besloot hun moeder, Clara Adler, naar Amerika te vluchten. Lotte, Henny en hun vriendin Edith werden op een joods kindertransport naar Nederland gezet. In Leiden kwamen ze terecht in het Joodse weeshuis. Lotte beloofde haar moeder dat ze altijd bij Henny zou blijven. Ze gingen naar school en maakten vrienden. Lotte voelde zich veilig, maar de oorlog kwam ook naar Nederland. Uiteindelijk werden ze gearresteerd en op transport gezet. Lotte stuurde een briefkaart met de woorden: "We houden ons flink; ik zing terwijl het binnen in mij huilt." Floortje Altenberg komt in 1929 naar Leiden en gaat werken in het Joodse Weeshuis, waar ze zorgt voor de kinderen en ook intern woont. Het weeshuis verhuist naar de Roodenburgerstraat en biedt onderdak aan Joodse kinderen die wees zijn geworden of waarvan de ouders niet voor hen kunnen zorgen. Floortje is verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg en begeleiding van de kinderen. Ze creëert een liefdevolle en gezonde omgeving in het weeshuis. Met de opkomst van de nazi's worden steeds meer kinderen uit Midden- en Oost-Europa opgenomen. Op 17 maart 1943 wordt het weeshuis ontruimd en worden Floortje en de kinderen weggevoerd naar Westerbork en later naar Sobibór, waar ze allemaal worden vermoord. Leo Auerhaan verloor zijn vader op jonge leeftijd en werd op zevenjarige leeftijd in het Joodse weeshuis in Leiden geplaatst. Hij kreeg daar een goede opvoeding en leerde leerbewerking. Na zijn 18e verjaardag verhuisde hij naar zijn zus Jetty in Amsterdam. Tijdens de oorlog werd hij gedwongen om in een Joods werkkamp te verblijven, maar dankzij een telegram van zijn zus werd hij weerhouden om naar Westerbork te worden gestuurd. In Westerbork vond hij verschillende baantjes en probeerde hij vrijgesteld te worden als 'niet-Jood'. Helaas slaagde hij daar niet in en werd hij naar Auschwitz gestuurd, waar hij na enkele maanden werd vermoord. David Jozef Beem werd in 1922 geboren in Rotterdam. Hij groeide op in het Joods Weeshuis samen met zijn zusjes en broertje nadat hun moeder langdurig verpleegd werd. Op zijn achttiende vertrok David naar een kibboets in Laag Keppel, waar hij zich voorbereidde op emigratie naar Israël. Helaas verbood Hitler de Joden om te emigreren, en David werd gedeporteerd naar concentratiekamp Vught en later naar Sobibor, waar hij op 21-jarige leeftijd werd vermoord. Jozef David Beem, ook bekend als Jopie, werd op vierjarige leeftijd in het weeshuis opgenomen. Hij werkte daar als boodschapper en hulpstoker totdat hij werd gedeporteerd naar Sobibor en op 16-jarige leeftijd werd vermoord. Het hele gezin Beem heeft de oorlog niet overleefd. Bram de Beer, geboren op 10 augustus 1939, woonde van juli 1942 tot maart 1943 in het Joodse weeshuis in Leiden. Zijn moeder overleed kort na zijn geboorte, en zijn vader hertrouwde later. Op 17 maart 1943 werd Bram gedeporteerd naar Westerbork, waar zijn vader en de rest van het gezin ook waren. Een bewaard bedankkaartje van zijn vader onthult dat Bram als een verlegen kind werd beschreven. Op 24 augustus werd zijn halfbroertje Simon geboren. Op 16 november 1943 werd het hele gezin gedeporteerd naar Auschwitz. Bram de Beer was slechts 4 jaar oud. Rachel Bierschenk, geboren op 1 november 1894 in Amsterdam, groeide op in een groot gezin in de jodenbuurt. Ze was coupeuse en naaister van beroep en werkte in het Joodse weeshuis in Leiden. Ze organiseerde daar een club voor oudere meisjes en was actief lid van het Nieuw Israelitisch Genootschap. Op 17 maart 1943 werd het weeshuis ontruimd, en Rachel werd gedeporteerd naar Westerbork en vervolgens naar Sobibor, waar ze op 26 maart werd vermoord.
Hier herdacht Henny Henriette Adler 1930 – 1943 Lotte Adler 1925 – 1943 Floortje Altenberg 1904 – 1943 Leman Auerhaan 1922 – 1944 Jozef David Beem 1926 – 1943 David Jozef Beem 1922 – 1943 Abraham de Beer 1939 – 1943 Rachel Bierschenk 1894 – 1943 Alice Blitz 1923 – 1943 Wilhelmina Blog 1934 – 1943 Jetje Bobbe 1924 – 1943 Benjamin Bobbe 1939 – 1943 Louis Bobbe 1941 – 1943 Ihno ten Brink 1932 – 1944 Mietje Dagloonder 1927 – 1943 Samuel Engelschman 1925 – 1943 Izak Ensel 1938 – 1943 Hendrina Feniger 1930 – 1943 Marianne Frenkel 1922 – 1943 Cornelia Frenkel 1924 – 1943 Mietje Gobes 1899 – 1943 Gretha Goldenberg 1936 – 1943 Bertha Goudsmit 1924 – 1943 Henriette Slier 1930 – 1943 Fanny Susanne Günsberg 1927 – 1943 Lothar Günsberg 1928 – 1943 Maurits Hakker 1929 – 1943 Simon Hakker 1933 – 1943 Enny Hamerslag 1935 – 1943 Judith Hamerslag 1937 – 1943 David Hamerslag 1939 – 1943 Etty Heerma van Voss 1931 – 1943 Emannuel Victor Heumann 1932 – 1942 Nathan Italie 1890 – 1943 Elisabeth Italie-Cohen 1902 – 1943 Hanna Sara Italie 1935 – 1943 Elchanan Tsewie Italie 1937 – 1943 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail