Straelenlaan 31 Soest
Benjamin Blankenstein werd op 20 februari 1914 geboren in Hilversum als oudste van vier kinderen en groeide op in Hollandse Rading. Zijn familie hoorde bij de Gereformeerde Bondskerk, waaruit zijn rotsvaste geloof ontsprong dat hem telkens weer houvast bood en een leidraad in zijn leven was. Na afronding van zijn middelbare school koos hij voor het beroep van leraar en voltooide hij de opleidig tot onderwijzer. Na zijn eerste school in Groenekan werd hij in 1938 benoemd in Soest als Meester van de vijfde klas Lagere School. Op 24 mei 1939 trouwde hij met Maria Suzanna van Klingeren uit de Lage Vuursche en zij gingen samen naar Soest om in dit huis te gaan wonen.
De oudste dochter Fieke werd geboren op 10 september 1940, en op 29 november 1943 kwam dochter Betty ter wereld. De tweede wereldoorlog was toen al lang aan de gang en daarmee het regime van de afschuwelijke Nazi-terreur, ook in Nederland.
Sinds de machtsovername van Hitler waren al veel joden naar Nederland gevlucht om van daaruit zo mogelijk naar Palestina of Amerika te kunnen emigreren. Na de Kristallnacht in 1938 steeg hun aantal aanzienlijk. In ieder geval was het niet meer mogelijk Nederland te verlaten toen het eenmaal door de duitsers werd bezet. Tot de vluchtelingen die niet verder dan Holland waren gekomen hoorde ook de familie Bernstein uit Hilden bij Düsseldorf. Zij gingen naar Soest waar Rolf Bernstein in de vijfde klas van Meester Blankenstein terecht kwam. Toen het vervolgens ook in Holland noodzakelijk werd voor de joden om onder te duiken ten einde deportatie te voorkomen en niet in één van de kampen te worden opgesloten, verzocht men de Meester om hulp voor de familie van zijn leerling. Bij de bakker waar ze tot dan toe zaten ondergedoken werd het te gevaarlijk. Een moeilijke situatie en een moeizame, zware beslissing speciaal voor een jong gezin met eerst één en later twee kleine kinderen.
Voor Ben Blankenstein en zijn vrouw Marie was het een beslissing vanuit een diep geloof en een groot vertrouwen: Zij verstopten de familie Bernstein op zolder en deelden niet alleen de toch al krappe levensmiddelen met deze drie mensen maar ook hun tijd, hun leven.
Van de wederzijds liefdevolle omgang tussen de beide gezinnen getuigen niet alleen de Sinterklaas-gedichten die er nog zijn, maar ook herinneringen van Marie Blankenstein die aan ons zijn doorgegeven door haar dochter Thea. Daar hoorde bijvoorbeeld bij dat er gezamenlijk spelletjes werden gedaan wanneer de familie Bernstein ’s avonds de zolder kon verlaten als de gordijnen dicht waren, en dat zij blij waren met het tekenen, schilderen en houtsnijwerk van Henry en Rolf Bernstein. En evenzo dat Ben Blankenstein Rolf ook verder hielp zich te ontwikkelen via een schriftelijke cursus MULO waarvoor Ben Blankenstein zich onder zijn eigen naam had opgegeven. De uitgevoerde lessen werden opgestuurd voor correctie, en na teruggave besprak hij dan de fouten en vorderingen met de jonge Rolf. De laatste les is van 2 juni 1944. Die kon echter niet meer worden opgestuurd voor correctie omdat zowel Ben Blankenstein als de familie Bernstein al op 5 juni werden gearresteerd. Zij waren verraden door een nederlandse vrouw uit Soest. De gearresteerden kwamen in kamp Amersfoort aan vanwaar zij nog dezelfde dag per trein naar Amsterdam werden opgebracht voor verhoor. Daarna werd de familie Bernstein naar kamp Westerbork gevoerd en vervolgens naar kamp Theresiënstadt, vanwaar Henry en Rolf Bernstein werden afgevoerd naar Auschwitz om te worden vergast. Maddi Bernstein overleefde Theresiënstadt, kwam terug naar Soest en emigreerde in 1947 naar de Verenigde Staten.
Ben Blankenstein werd in Amsterdam meerdere malen verhoord omdat hij lid was van de LO, de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers, en men van hem namen van andere LO-leden onder druk probeerde los te krijgen. Hij bleef er echter standvastig onder en hield vol geen namen te kennen, tenslotte geloofde men hem. Hij werd een maand lang gevangen gehouden in Amsterdam, vervolgens verbleef hij twee maanden in concentratiekamp Vught tot dat kamp werd opgeheven omdat de geallieerden oprukten vanuit het zuiden. Gedurende deze tijd schreef Ben Blankenstein regelmatig aan zijn vrouw Marie om haar gerust te stellen, hij zei dat het goed met hem ging en dat hij spoedig weer thuis zou zijn. Maar zijn klandestiene briefjes, die langs omwegen aankwamen, spraken andere taal. De lijdensweg van Ben Blankenstein was echter nog niet afgelopen. Begin september 1944 werd hij naar Sachsenhausen getransporteerd waar hij dwangarbeid moest verrichten. Vanwege een continu voedseltekort raakte hij daar volkomen uitgeput en kwam in december in een ziekenhuis terecht. Op 4 februari 1945 voerde men hem nog naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Daar stierf hij op 24 februari 1945 aan uitputting en dysenterie. Hij was net 31 jaar oud geworden en zijn jongste dochter Thea was 9 dagen eerder geboren.
Hier herdacht Benjamin Blankenstein 1914 – 1945 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail