Stationsweg 42 Zuidlaren
Schuin tegenover het onderwijzersechtpaar Van Dam, waarover u bij het volgende punt kunt lezen, bevond zich aan de Stationsweg de winkel annex woonhuis van Izaäk van Dam, in de volksmond ‘jeude van Dam’. Hij werd geboren in 1893 te Warfhuizen (gemeente Leens) als zoon van de veehandelaar Simon van Dam en diens vrouw Martha Rosenbaum. lzaäks moeder was de dochter van ltzig Rosenbaum, die eveneens Zuidlaarder van geboorte was en één van de ‘founding fathers’ was van de kleine joodse gemeente alhier die van 1883 tot 1925 heeft bestaan. In 1919 trouwde Izaäk met Eva Nathans, geboren in 1893 te Haren, dochter van Siemon Nathans en Betje de Jong, kleindochter van Nathan Nathans, één van de stichters van de synagoge (zijn naam staat in steen gebeiteld tegen de achtergevel van het sjoeltje van Zuidlaren. Direct na hun huwelijk betrokken lzaäk en Eva het winkelpand aan de Stationsweg 42 en vestigden daar een soort ‘winkel van Sinkel’ waar inderdaad van alles te koop was: manufacturen, confectie, meubels, luxe artikelen, galanterie, enz. De Van Dams kregen er vijf kinderen, allen dus geboren in Zuidlaren: Martijn Bertus (geb. 1921), Siemon Machiel (geb. 1922), Martha Betje (geb. 1929, genoemd naar beide grootmoeders, het meisje kwam in 1931 om het leven toen het in een onbewaakt ogenblik een ketel heet water over zich heen kreeg; ze ligt begraven op de Joodse Begraafplaats van Zuidlaren), Bernard Max (geb. 1932) en tenslotte het jongste kind Machiel Nico, dat in 1935 werd geboren, maar al vier dagen na de geboorte overleed, Ook hij werd begraven in Zuidlaren op de Begraafplaats aan de Wolferdinge. Izaäk van Dam was behalve een succesvol zakenman ook een vooraanstaand man in de Zuidlaarder samenleving van voor de oorlog. Hij was bestuurslid van de Zuidlaarder Handelsvereniging en zelfs — van 1937-1940 — lid van de gemeenteraad voor de Vrijzinnig Democratische Bond. Hij droeg ertoe bij dat Zuidlaren straatnaambordjes kreeg (belangrijk voor het opkomend toerisme en dus ook voor de plaatselijke middenstand!). Begin 1940 nam hij ontslag als gemeenteraadslid vanwege ‘de droevige toestanden die wij thans doorleven’. Hij probeerde zijn zaak te verkopen, want hij wilde graag met zijn gezin naar Amerika emigreren, op uitnodiging van enkele neven van hem, die het daar inmiddels zo’n beetje hadden gemaakt. Maar hij wachtte te lang en op 10 mei 1940 kon hij nergens meer heen. Een poging nog een schip naar Engeland te vinden, mislukte. Vanaf dat moment zat het gezin in de val. Nog zocht hij onderduikplekken voor zijn oudste zoons en inderdaad vonden ze plaats bij boeren in Twijzel en Drachtstercompagnie. Maar op zeker moment liet vader Van Dam weten dat hij zijn zoons nodig had in het bedrijf (maar waarschijnlijk misten zijn vrouw en hij hun jongens). Later — toen het al maar moeilijker werd voor joden in ons land - bewogen Zuidlaarder verzetsmensen de jongens van Van Dam ertoe in een onderduikplek onder een garage op het terrein van Dennenoord weg te kruipen, maar dat hielden ze niet vol. Niet lang daarna liepen ze al weer door het dorp. Kennelijk is dat uitgelekt en werden ze opgepakt en naar Groningen gebracht waar ze enige tijd vast zaten. Ook één van de verzetsmensen — M.W. ten Haaf, smit op ‘Dennenoord’, zat enige tijd gevangen. De anderen konden de dans ontspringen. Ook vader Van Dam zou op zeker moment naar Groningen, nadat hij de avond tevoren drie koffers met winterkleren in bewaring had gegeven bij Siert Drenth aan de Verlengde Stationsweg die ooit bij hem in de leer was geweest. Jaren later vond zijn vrouw een prachtige chanoekija tussen de kleren, die nu in de synagoge wordt ten toon gesteld. Op zeker moment — 24 augustus 1942 — werden ook Eva van Dam en haar kleine zoon Bernard door een Nederlandse politieman van huis gehaald en op de trein naar Groningen gezet. Daar zouden ze herenigd zijn met de anderen gezinsleden en samen naar Westerbork zijn gebracht. Mevr. Hamminga-Boon, echtgenote van een plaatselijke huisarts zag de ’Zuidlaarder joden’ vanaf station Hooghalen naar kamp Westerbork lopen. Ook zij gingen vrijwel onmiddellijk op transport Izaäk schreef vanuit de trein nog een briefkaartje aan de vriendjes van zijn jongste zoon: Jan en Roel Janssens. De tekst ervan staat op het joodse monument gebeiteld "Beste Jan en Roelie, we zitten in de trein en gaan heel ver weg. Tot ziens jongens, groeten van Pa en Moe en jongens, Bernard". Op 31 augustus 1942 werden Eva van Dam-Nathans en haar zoontje Bernard in Auschwitz-Birkenau vergast. Vader Van Dam en de jongens overleefden nog enige tijd, maar geen van hen zou de oorlog overleven. Abelieke Janssens, dochter van Bemard’s vriendje Jan Janssens werkt momenteel aan een boek over de familie. ln Auschwitz kwam ook Betje Polak om het leven, geboren te Sleen, als dochter van Philip Polak en Aaltje Nathans, zuster van Eva en Anna Nathans, nichtje dus van de Van Dams, bij wie ze enige tijd in de winkel had gestaan. Met haar jongere broer Simon (geboren 1918) wordt ze opgepakt in Assen en naar Westerbork gebracht. Op 8 oktober 1942 komt ze in Auschwitz om het leven. Ook haar broer overleefde de oorlog niet.
Hier herdacht Siemon Machiel van Dam 1922 – 1942 Bernard Max van Dam 1932 – 1942 Betje Polak 1912 – 1942 Izaäk van Dam 1893 – 1942 Martijn Bertus van Dam 1921 – 1945 Eva van Dam-Nathans 1893 – 1942 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail