De familie Landau werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen door de naziterreur. Jacob Grunfeld vertelt het volgende: „Jacob Landau en zijn vrouw Lea Blitzer vestigden zich ruim honderd jaar geleden in Antwerpen, samen met hun eerste twee kinderen. Nog drie kinderen werden in Antwerpen geboren, allemaal in Borgerhout. In 1936 maakten ook de ouders van Jacob Landau, Jozef en Esthera Bergstein-Landau – mijn overgrootouders – de lange reis van Polen naar Antwerpen. Voor de oorlog leidde de familie Landau een rustig en eenvoudig leven. Jacob Landau was diamantslijper en had een eigen atelier waar hij personeel in dienst had. Lea Blitzer had een groot talent voor naaien en droeg met haar werk bij aan het gezinsinkomen. De oudste zoon, David, ging voor de oorlog bij zijn vader werken en leerde het diamantvak. Zijn broer Noé studeerde aan de joodse middelbare school Ets Chaim in Heide. De jongste zoon, Hertog, ging naar de Handelsschool in Antwerpen. Dochter Regina studeerde aan de Jesode Hatora – Beth Jacob-school in de Van Ruusbroeckstraat. De jongste dochter, Anna, voegde zich daar als zesjarig meisje voor korte tijd bij haar. Het vredige gezinsleven kwam in 1942 abrupt ten einde. David en Noé werden opgeroepen voor de zogenaamde ‘arbeidsinzet’. Noé meldde zich, maar David weigerde. David werd later gearresteerd tijdens een razzia in een tram.
Jozef en Esthera werden gearresteerd tijdens de razzia in de nacht van 15 op 16 augustus 1942. In de nacht van 28 op 29 augustus 1942 werden ook Hertog en zijn zus Regina gearresteerd. Hun jongste dochter, Anna, werd gered dankzij de moed van een buurtbewoner, Cyriel Muyshondt. Alle andere gearresteerde familieleden werden via Mechelen naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd en daar vermoord.” Herman van Goethem schrijft in zijn boek “1942. Het jaar van de stilte” ook over de razzia op vrijdag 28 augustus 1942 (pagina 204). “... in de Bleekhofstraat, waar heel veel joden wonen, is de paniek verschrikkelijk. Jacob Landau schreeuwt zo hard dat hij een stemband scheurt en naar het ziekenhuis moet worden gebracht. Zijn vrouw Lea Blitzer wordt ook niet meegenomen omdat ze te ziek is. De buurman verstopt de kleine Anna Landau, zes jaar oud, onder de toonbank van zijn winkel, maar de twee andere kinderen van het gezin, Hertog en Regina, vijftien en twaalf jaar oud, worden meegenomen. De gendarmes gooien Regina als een zak meel in de vrachtwagen.”
(Fotocredits: ARA, vreemdelingenkaarten nrs. 1.062.539, A308.351, A369.632, A405.847 en 1.371.218)