Vader en zoon Symoens
In de nacht van 19 op 20 juni 1944 arresteerden de nazi’s ook Frederik Symoens, een metaalbewerker bij Beliard, en zijn 21-jarige, getrouwde zoon Désiré, die eveneens als scheepsreparateur bij hetzelfde bedrijf werkte. Volgens onder meer Frederiks vrouw, Julia Leemans, was haar man lid van het OF, maar vanaf 1944 voerde de zoon blijkbaar ook acties uit in opdracht van de NKB. Beiden woonden in Hoboken, Frederik aan de Lageweg en Désiré een paar honderd meter verderop, aan de Scheldevrijstraat. Een NKB-agent bij Beliard, Frans De Moor, verklaarde na de oorlog dat hij Désiré had opgedragen spoorlijn 52 te saboteren. Deze lijn loopt vlak langs de Lageweg en verbindt Antwerpen-Zuid met Boom en Dendermonde. Toen Désiré echter in de nacht van 19 juni werd opgepakt, vluchtte hij naar het huis van zijn vader Frederik, die hem ook bij die operatie had geholpen. Ze dachten daar waarschijnlijk veilig te zijn, maar die nacht werden ze daar toch gearresteerd, volgens een van de documenten in het dossier van Frederik, als gevolg van verraad door een collega bij Beliard, namelijk Gabriel Hol. Ook die man werd na de oorlog ter dood veroordeeld als collaborateur en informant; ook in zijn geval werd het vonnis nooit voltrokken.