Veldstraat 89 Sint-Niklaas
Verzetsvrouw Maria Rodrigus en haar in gevangenschap geboren kind Rita Dykers stierven in het concentratiekamp Ravensbrück. Een struikelsteen voor moeder en dochter. Op 14 juli 1919 ziet Maria Louisa Rodrigus het levenslicht. Ze is het eerste kind van Franciscus Rodrigus en Louisa De Coster. Vader is klompenmaker, moeder werkt als tabaksbewerkster in één van de vele fabrieken in de stad. Het gezin woont in de volkswijk Tereken. In 1921 verwelkomen ze nog een dochter, Alice, en in 1927 wordt Maria’s broer, Marcel, als nakomer geboren. Op negentienjarige leeftijd trouwt Maria met Albert Dykers (1915-1995), een wever uit Sint-Niklaas. Het jonge koppel woont samen met de ouders van Albert in de Veldstraat. Maria zal vier dochters op de wereld zetten: Ernestina (°1939), Annie (°1941), Diana (°1943) en Rita (°1944). Rita wordt echter in gevangenschap geboren en sterft na één maand aan de ontberingen in het concentratiekamp Ravensbrück. Tijdens de inval van de Duitsers in mei 1940 is Albert Dykers soldaat in het Belgische leger. Twee dagen na de Duitse inval nemen ze Albert, zoals zovele Belgische soldaten, krijgsgevangen. Na drie maanden wordt hij vrijgelaten, maar deze ervaring zal zijn anti-Duitse gevoelens versterken. Albert Dykers komt via zijn werk in contact met het verzet. Sinds 1941 is hij immers lid van het politiekorps van Sint-Niklaas. Hoofdcommissaris op dat moment is Adolphe Cryns en die heeft nauwe banden met de weerstand. Vanuit zijn functie heeft Cryns een goed zicht op wie er binnen het korps te vertrouwen is en wie niet. Dykers neemt vanaf oktober 1943 een actieve rol op zich: hij leidt een afdeling van het inlichtingen- en actienetwerk Luc/Marc. In het huis van Albert en Maria wordt ook een geheime zender verborgen. De komst van de zender en een vanuit Londen gedropte marconist zijn het begin van het einde van Alberts geheime activiteiten. Bij het transport van de defecte zender naar Gent, loopt een van Dykers’ medewerkers tegen de lamp. De Duitsers vinden in een luciferdoosje de naam en het adres van Albert en Maria in Sint-Niklaas. Ze worden op 24 maart 1944 in hun woning gearresteerd door de Geheime Feldpolizei. Een valse identiteitskaart en een ontvangstbewijs voor steungeld voor een ondergedoken lid van het Geheim Leger maken Albert nog meer verdacht. Albert en Maria komen in de gevangenis in Gent terecht. Op 31 augustus 1944 wordt Albert naar Brussel overgebracht om van daaruit naar Duitsland te worden gedeporteerd. Dat transport gaat echter niet door omdat verzetslui verhinderen dat de trein kan vertrekken. Op die manier weet Albert aan de ellende van de concentratiekampen te ontsnappen. Ook Maria is actief in het verzet. Vanaf oktober 1943 vervoegt ze het inlichtingenwerk, samen met haar man. Voormalig stadsarchivaris Piet Van Bouchaute vatte haar activiteiten als volgt samen: “[…] In afwezigheid van haar man ontvangt zij berichten van informanten. Zij waakt ook mee over mogelijke bezwarende documenten die in hun huis verborgen zijn: valse identiteitspapieren, ontvreemde verslagen, lijsten en andere documenten uit de Kommandantur, het Arbeitsamt of de Werbestelle of afschriften daarvan. Zij is medeverantwoordelijk voor het geld dat bij hen verstopt is om de kosten van de medewerkers te dekken. Rodrigus brengt haar leven in gevaar door handgranaten Mills en O.F. in een kinderwagen te vervoeren naar ingenieur De Landsheer van de Spoorwegmaatschappij Mechelen-Terneuzen. Tijdens de operaties met de geheime zender houdt zij de wacht: zij moet de signalen in de gaten houden van politieagenten die toezicht houden op het verkeer in en rond de Veldstraat.” De zwangere Maria wordt door de Geheime Feldpolizei na haar aanhouding naar de gevangenis van Gent gebracht. Met de bevrijding in zicht worden vele gevangenen richting Duitsland gedeporteerd. Via de gevangenis van Antwerpen is haar bestemming het concentratiekamp Ravensbrück waar ze op 10 september 1944 staat geregistreerd onder nummer 68.275. Daar wordt haar vierde dochter, Rita, geboren. De erbarmelijke omstandigheden waarin ze moeten leven, maken dat kleine Rita na een maand zal overlijden. Een totaal verzwakte Maria wordt nog overgebracht naar het kamp in Rechlin, maar daar zou ze in de loop van februari 1945 sterven.
Hier herdacht Albert Dykers 1915 – 1944 Rita Dykers 1944 – 1944 Marie Louise Dykers-Rodrigus 1919 – 1945 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail