Rapenburgerstraat 46-II Amsterdam
Meijer Beugeltas (1902) en Anna Barmhartigheid (1908) trouwen in 1929 en gaan in de Rapenburgerstraat wonen. Eerst op nr. 56 en vanaf 1938 op nr. 46, in hetzelfde huis waar ook Anna’s moeder, weduwe Vogeltje van Loggem een etage bewoont. Ze krijgen drie zoons: Abraham Beugeltas (1930), Levie Beugeltas (1932) en Isaac Beugeltas (1937). Meijer is sinds jaar en dag marktkoopman in fruit op het Waterlooplein. Anna werkt tot haar huwelijk in een wasserij en in de huishouding, maar zal naast de verzorging van hun drie zoons ook regelmatig hebben moeten bijspringen om het inkomen aan te vullen. Vooral tijdens de economische crisis van de jaren ‘30 wordt het moeilijker om van Meijers verdiensten rond te komen. Er komt steeds meer concurrentie op de markt en de klanten hebben minder te spenderen. Op bepaalde momenten moet de familie dan ook voor financiële steun bij de gemeente aankloppen. Tijdens de bezetting krijgt Meijer een vergunning om deel te nemen aan de marktcombinatie op het Minervaplein, één van de door de bezetter aangewezen markten waar alleen joden hun inkopen mogen doen. Maar, al in de zomer van 1942 ontvangt het gezin de oproep voor de zogenaamde werkverruiming. Op 3 september 1942 worden ze in Westerbork geregistreerd, en de volgende dag volgt het transport naar Auschwitz. Cosel Het is één van de zogenaamde Coseltransporten, genoemd naar het station van het plaatsje Cosel (nu: Koźle, Polen) dat op 80km ten westen van Auschwitz ligt. Daar worden in de periode van 28 augustus tot 12 december 1942 arbeidsgeschikte mannen in de leeftijd van 15 tot 55 jaar op brute wijze uit Franse, Belgische en Nederlandse transporten gehaald en gescheiden van hun gezinnen. Ze komen onder het Kommando Schmelt te staan, dat dwangarbeid organiseert in de regio’s Opper-Silezië en Sudetenland. Vrouwen en kinderen moeten machteloos toezien hoe hun mannen, zoons en vaders onder schot gehouden worden terwijl de trein weer in beweging komt. Het levert hartverscheurende taferelen op. Anna, Abraham, Levie en Isaac moeten hun weg zonder Meijer vervolgen en worden bij aankomst in Auschwitz op 7 september vermoord. Voor Anna staat officieel de datum 10 september geregistreerd, maar het is aannemelijk dat ook zij tegelijk met haar kinderen is vermoord. Meijer moet onder moeilijke omstandigheden zwaar werk verrichten en komt uiteindelijk in Extern Kommando Gräditz (nu: Grodziszcze, Polen), een kamp waar vlektyfus heerst en waar al gevochten wordt om een stuk brood, in januari 1944 door uitputting om het leven. Zijn lichaam wordt begraven in een massagraf vlak buiten de ommuring van de lokale begraafplaats. (Bron: achterdesteen.nl)
Hier herdacht Anna Beugeltas-Barmhartigheid 1908 – 1942 Isaac Beugeltas 1937 – 1942 Meijer Beugeltas 1902 – 1944 Abraham Beugeltas 1930 – 1942 Levie Beugeltas 1932 – 1942 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail