Benoit Felix Catz en Rebekka Abramma Catz-Cohen woonden aan de Torenlaan 15 in Blaricum, waar Benoit ook zijn artsenpraktijk had. Benoit werd in 1866 in Tilburg geboren en werd arts na zijn afstuderen in 1895. In 1898 trouwde hij met Rebekka Cohen, geboren in Assen in 1869. Ze kregen drie kinderen: een doodgeboren zoon en twee dochters, Irma Rosa en Helma. In 1910 verhuisde het gezin van Zeeland naar Blaricum, waar dr. Catz als arts werkzaam was voor Blaricum, Laren en Eemnes. Tijdens de Duitse bezetting dook het bejaarde echtpaar onder aan de Noolseweg 11, maar in juli 1943 werden ze verraden. Om deportatie te voorkomen, maakten ze een einde aan hun leven. Benoit stierf op 26 juli 1943 en Rebekka een dag later, in het Sint-Jan-ziekenhuis in Laren. Ze werden begraven in Blaricum, onder begeleiding van veel dorpsgenoten.