Isaäc Worms, geboren in Amsterdam in 1887, was sigarenmaker. Op 15 februari 1911 trouwde hij met Sara Levie, geboren in Amersfoort in 1885. In 1916 kwamen zij naar Haarlem, waar Isaäc een sigarenmakerij had aan de Koningstraat 6 en vanaf 1921 aan de Oudeweg 57a. Zij kregen drie kinderen: Grietje in 1911, Leendert (Leo) in 1918 en Celine, die begin 1921 stierf toen zij twee weken oud was. In 1939 verhuisden Isaäc en Sara naar Cremerplein 29. Toen Joden hun beroep niet meer mochten uitoefenen, kreeg Isaäc via de Joodse Raad een functie bij de instelling Gemieloeth Chasadiem.
Vlak voor Kerstmis 1942 moesten zij hun huis uit en intrekken bij een familie aan het Lorentzplein 37. Op 14 mei 1943 kwamen Isaäc en Sara in Westerbork aan en op 18 mei werden zij naar Sobibor gedeporteerd. Daar werden zij op 21 mei 1943 vermoord. Isaäc was 55 jaar en Sara 57. Hun dochter Grietje werd met haar man en stiefzoon in Auschwitz vermoord. Hun zoon Leo overleefde de oorlog.