Lindenstraat 22 Haarlem
Abraham Benjamin ‘Bram’ de Vries, geboren in 1882, was een meubel- en wagenmaker die in 1903 bij de werkplaats van de Spoorwegen in Haarlem in dienst trad. Hij was actief in de vakbond en de Arbeiders Vereeniging Voor Lijkverbranding (AVVL), en koos daarmee voor crematie, wat afweek van de joodse traditie. Hij trouwde met Jansje Duim, met wie hij vier kinderen kreeg: Benjamin Abraham (Ben), Susanna (Suze), Cato (To), en Esther (Esje). Na Jansje's overlijden in 1930 hertrouwde hij in 1931 met Meintje Koe. Het gezin woonde jarenlang in de Lindenstraat 22, Schoten. In 1942 doken Bram en Meintje onder in Enkhuizen, maar werden al snel opgepakt en naar het Huis van Bewaring in Amsterdam gebracht. Bram werd vervolgens naar Kamp Amersfoort en later naar Westerbork gedeporteerd, waarna hij op 13 december 1942 naar Auschwitz werd getransporteerd en op 15 december 1942 werd vermoord. Meintje Koe, geboren in 1888 in Amsterdam, had zes broers en zussen, van wie enkelen ook tijdens de Holocaust omkwamen. Na haar arrestatie werd Meintje via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij op 19 oktober 1942 werd vermoord. Haar stiefdochter Susanna's schoonzoon Jacob Terstal en haar neef Leendert Overste zorgden voor contact en ondersteuning vanuit Westerbork. Bram en Meintje's kinderen overleefden de oorlog, waarbij Ben betrokken was bij het illegale Parool en Suze en Cato onderdoken. Esther dook ook onder toen de nazi's joodse partners van gemengd gehuwde Haarlemmers naar Amsterdam wilden verplaatsen.
Hier herdacht Meintje de Vries-Koe 1888 – 1942 Abraham Benjamin de Vries 1882 – 1942 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail