Op het Lorentzplein 37 woonden Abraham Schijveschuurder en zijn vrouw Elisa Schijveschuurder-Kahn. Abraham, geboren in Amsterdam in 1898, werd kleermaker en had vier kledingwinkels in Engelse stijl, waaronder één in Haarlem. Hij had twee zonen, Joop en Loek, uit zijn eerste huwelijk; nadat hun moeder was overleden, werd Elisa, geboren in Bazel in 1907, hun stiefmoeder. Het gezin verhuisde in 1934 naar Haarlem en in 1940 naar het Lorentzplein 37, deels om dichter bij de synagoge te zijn. Ze waren actief in de joodse gemeenschap en boden korte tijd onderdak aan de Duits-joodse vluchteling Walter Guttmann. Na een mislukte poging om naar Zwitserland te vluchten, doken Abraham en Elisa onder, maar werden in maart 1944 verraden. Ze werden op 5 april 1944 vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Elisa werd bij aankomst, op 8 april 1944, vermoord. Abraham werd ingezet als dwangarbeider en stierf daar op 31 augustus 1944. Joop en Loek overleefden de oorlog ondergedoken.