Tukseweg 108 Steenwijk
Marianne, Mozes en Margarite waren de kinderen van Mannes de Groot, die stamde uit een familie die al meerdere generaties in en rond Steenwijk woonde, en van Cato de Leeuw uit Zutphen. Mannes en Cato kregen negen kinderen. Twee kinderen stierven vrij jong.
Marianne was de oudste en heeft vermoedelijk nooit buitenshuis gewerkt. Ze heeft haar moeder geholpen in de huishouding. Toen haar ouders waren overleden was zij degene om de huishouding voor te zetten. Zij had een ronde rug en dat zal zeker mee gespeeld hebben dat ze niet buitenshuis ging werken. Net als haar broer Mozes en zus Margarita bleef Marianne ongehuwd. Samen woonden ze eerst op de Markt en daarna in de Onnastraat. In 1940 betrokken ze de woning aan de Tukseweg.
Mozes werd onderwijzer en heeft aan school C in de Onnastraat en school B aan de Paardenmarkt gestaan. Hij was ook actief als vakbondsman van de Bond van Onderwijzers in Steenwijk. Aan het begin van de oorlog vernietigde hij de bestuursadministratie. Volgens een getuige had hij ze uit voorzorg in het Kanaal gegooid.
Omdat Mozes de ariërverklaring niet kon ondertekenen, werd hem evenals alle andere Joodse onderwijzers de toegang tot de school ontzegd. De Joodse kinderen, die van verschillende scholen in Steenwijk waren verwijderd, kregen van meester Moos les bij hem thuis aan de Tukseweg. Tot eind juli 1942 kon hij daar mee doorgaan. Toen werd hij opgeroepen om zich te melden bij kamp Conrad, een werkkamp ten westen van Rouveen aan de Conradsweg. De tewerkgestelden werden ingezet bij het bestraten van zandwegen en het uitbaggeren van sloten. Nu nog is er een Jodenweg en een Jodensloot. Op 3 oktober 1942 werden de aanwezig mannen overgebracht naar kamp Westerbork. Mozes kreeg daar een hartaanval. Nadat hij voldoende was hersteld werd hij op 23 oktober naar Auschwitz vervoerd, waar hij drie dagen later is vermoord. Hij werd 54 jaar.
De beide zussen, Marianne en Margarita, bleven vol angst achter, toen Mozes naar het werkkamp moest. Op dinsdag 6 oktober 1942 verlieten de beide zuster hun huis en liepen ze over de Dolderbrug langs de melkfabriek en het Gemeentehuis in Tuk . Vlak bij de winkel van slager Lambertus Hof schuin tegenover de Bergweg zakten ze op straat ineen. Beiden hadden gif ingenomen. Marianne stierf in het huis van Hof en Margarita werd naar het ziekenhuis in Meppel gebracht en overleefde. Marianna werd een paar dagen later begraven op de Joodse begraafplaats aan de Eesveenseweg. Margarita werd voor herstel naar Deventer gezonden van waaruit ze op 13 april naar Westerbork wordt gestuurd. Een week later wordt ze op transport gezet naar Sobibor, waar ze een dag voor haar 47e verjaardag is vermoord. Ook Mannes en Isidoor, twee broers van Marianne, Margarita en Mozes, sterven in een concentratiekamp. Hun broer Hein is de enige van het gezin die de oorlog overleefde.
Hier herdacht Mozes de Groot 1888 – 1942 Marianna de Groot 1882 – 1942 Margarita Charlotta de Groot 1897 – 1943 Is een steen hier beschadigd of weg? Laat het ons weten per e-mail