Op 14 september 1943 verzette de lokale bevolking zich in het dorp Overmere, onder leiding van twee assistent-pastoors, tegen de poging van de Duitse bezetters om kerkklokken te verwijderen voor de oorlogsinspanningen. De klokkenvordering maakte deel uit van een bredere inspanning in heel België, waar ongeveer 70% van de kerkklokkenmassa (ongeveer 4,67 miljoen kg) werd meegenomen en slechts 19% na de oorlog werd teruggevonden. (HK-Overmere)
In Overmere liet de parochie drie klokken gieten in de 17e-19e eeuw. De Duitse arbeiders van Van Campenhout arriveerden op de ochtend van 14 september zonder aankondiging van de gemeente. De hulppastoors en de jeugd kwamen in actie: de klokken luidden, plaatselijke jongemannen gingen de confrontatie met de arbeiders aan en het gereedschap werd in allerijl achtergelaten. (HK-Overmere)
De gevolgen volgden: arrestaties, gevangenisstraffen en deportaties van sleutelfiguren, waaronder de assistent-pastoors Albert D'Huyvetter en Urbain Emiel De Ridder, en de jeugddeelnemers Octaaf Haeck en Victor Temmerman. Uiteindelijk werden de twee klokken alsnog verwijderd, een proces dat boetes opleverde en formeel Duits toezicht met bewaakt materiaal. (HK-Overmere)
Ter herinnering aan het verzet werden op 19 oktober 2025 rond het oorlogsmonument in Overmere vier Stolpersteine geplaatst ter ere van deze vier personen. (HK-Overmere)