Simon Polak, geboren in Amsterdam in 1890, was koperslager bij de spoorwegen. Hij werkte in de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen aan de Amsterdamsevaart in Haarlem, enkele jaren in Utrecht en vanaf 1939 weer in Haarlem. Op 17 juni 1914 trouwde hij in Amsterdam met Rebecca Bos, geboren in Amsterdam in 1892. Zij kregen twee dochters: Dina in 1914 en Roosje in 1917.
Simon werd op 27 augustus 1942 naar Westerbork gestuurd en op 31 augustus gedeporteerd. Waarheen is niet duidelijk; hij raakte vermist. Als datum van overlijden is later 31 mei 1945 vastgesteld, in Midden-Europa. Hij werd 54 jaar. Zijn naam staat op de gedenkplaten van de Nederlandse Spoorwegen in Haarlem en Utrecht. Rebecca woonde nog enige tijd bij familie in Amsterdam. Zij werd op 23 januari 1943 uit Westerbork gedeporteerd, bracht haar 51e verjaardag door in de trein en werd op 26 januari 1943 in Auschwitz vermoord. Dochter Dina overleefde de oorlog met haar gezin in onderduik. Dochter Roosje en haar man Eliazar Levisson werden eind 1943 gedeporteerd en vermoord.