Johannes Bähr werd op 5 september 1902 in Düsseldorf geboren en werd na zijn studie theologie protestants predikant. In 1937 werd hij aangesteld in Mutterstadt, waar hij zeventien jaar lang werkzaam was. Hij was getrouwd met Margarete Jerusel en had tien kinderen. Al voordat hij naar Mutterstadt kwam, had Bähr joodse inwoners gesteund en geweigerd joodse gezinnen uit te sluiten van een diaconessenvereniging. Op 10 november 1938, nadat de synagoge in brand was gestoken en joodse inwoners waren aangevallen, vertelde hij zijn leerlingen dat wat er gebeurde verkeerd was en dat joden mensen waren die menselijk behandeld moesten worden. Hij werd diezelfde dag gearresteerd, twee dagen vastgehouden, enkele dagen uit Mutterstadt verbannen en gewaarschuwd wegens het “bevoordelen van joden”. Hij bleef door de nazi’s in de gaten worden gehouden en ondervraagd, maar liet zich niet intimideren. In 1943 begroef hij in het geheim de joodse vrouw van de organist van Mutterstadt op de joodse begraafplaats van Mannheim.