Ellie werd in 1937 geboren in Lienden en groeide op als een vrolijk meisje met donkere ogen en een warme uitstraling. Omdat haar ouders druk waren met het runnen van hun winkel, werd ze voornamelijk verzorgd door het dienstmeisje, Judith van den Berg, met wie ze een hechte band ontwikkelde.
Toen de nazi's hun Jodenvervolging opvoerden en haar vader Hartog gedwongen werd zijn winkel te sluiten, besloot het gezin onder te duiken. Hartog en zijn vrouw Jacoba maakten zich echter zorgen dat hun jonge dochter de opsluiting van de onderduik niet aan zou kunnen. In de overtuiging dat de Duitsers een vierjarig kind niets zouden aandoen, namen ze de hartverscheurende beslissing om zonder Ellie onder te duiken. Judith, het dienstmeisje, nam haar in huis.
Hun hoop bleek tevergeefs. In augustus 1942 gaf de burgemeester van Lienden de namen van alle Joodse inwoners door aan de bezetter. Kort daarna werd Ellie gearresteerd, via Den Haag en Westerbork gedeporteerd en op 17 september 1942, slechts vier jaar oud, vermoord in Auschwitz.