Maurits Weill (1870, Haarlem), zoon van winkeliers Nico Weill en Rosalie Emrik, volgde een opleiding tot banketbakker, waarschijnlijk in New York. In 1904 opende hij Patisserie Américaine aan het Waterlooplein in Amsterdam, later keerde hij terug naar Haarlem. Hij trouwde in 1906 met Helena de Vries (1880, Deventer). Vanaf de jaren 1920 woonden ze in Haarlem, het laatst in de Eindenhoutstraat 45. In augustus 1942 was Maurits een van de eerste joden uit Haarlem die naar Westerbork gedeporteerd werden; zijn huis werd in beslag genomen en geplunderd. Helena, met een zwakke gezondheid, verbleef in Amsterdam bij familie en kreeg medische zorg tot haar deportatie. In februari 1943 werd ook zij naar Westerbork gestuurd en vervolgens naar Auschwitz, waar ze werd vermoord. Maurits kwam ook om in Auschwitz. Beiden kwamen uit grote Joodse families van kooplieden en professionals, waarvan de meesten de Shoah niet overleefden.