Joseph (Lipe) Laufer komt in België aan op 29 december 1910, komende van Krakau (Polen). Hij werd geboren in Podgórze (Krakau) op 19 maart 1894 als zoon van Salomon Jacob Laufer en Henie Majersdorf. Hij begint te werken in de diamantindustrie als slijper. Op 6 maart 1923 trouwde Joseph met Fanny (Frymet) Mandelbaum. Fanny werd geboren op 15 september 1894 in Trzebinia (Polen) en kwam in 1906 naar Antwerpen met haar ouders, Chaïm Shmuel en Chana Marjem Mandelbaum. Het gezin Mandelbaum had vier dochters en één zoon. Fanny's oudste zus Bertha emigreerde met haar man naar Duitsland. Haar jongere zus Rosa, die een jaar later met David Seifter trouwde, haar broer Henri, die ongehuwd bleef, en haar jongste zus Henriette, getrouwd met Maurice Wolf, woonden allemaal dicht bij elkaar en bij hun ouders. Ze onderhielden een hecht en warm familieleven, deelden Joodse feestdagen, belangrijke gebeurtenissen en gezamenlijke vakanties op het platteland of aan de kust. De familie Laufer vestigde zich in de Morpheusstraat 8 in Berchem.
Abraham Laufer, liefkozend Aby genoemd, werd geboren op 20 november 1924. Hij bezocht de lagere school aan de Joodse school Tachkemoni in Antwerpen en de middelbare school aan het atheneum in Berchem. Hij was een getalenteerde jongen met een scherp gevoel voor humor. In de zomer van 1942 werden Joseph en Fanny gearresteerd tijdens een van de grote razzia's in Antwerpen. Joseph werd gedeporteerd naar Auschwitz met konvooi nr. 6 (25 augustus 1942) en Fanny met konvooi nr. 8 (29 augustus 1942). Door zijn Belgische nationaliteit werd Aby aanvankelijk beschermd tegen deportatie, maar hij werd geïnterneerd in de Dossinkazerne in Mechelen. Daar zag hij zijn grootouders in oktober vertrekken. In juni 1943 werd Aby vrijgelaten, samen met twee groepen van honderd Belgische Joden. Deze vrijlatingen kwamen tot stand onder druk van Belgische prominenten, waaronder Koningin Elisabeth. Desondanks werd Aby tien weken later opnieuw gearresteerd en op maandag 20 september 1943 met konvooi 12B gedeporteerd. Vanuit de treinwagon slaagde hij erin een brief van wanhoop en afscheid door te geven, die zijn bestemming bereikte bij een trouwe niet-joodse vriend van de familie.
De plaats van zijn dood is onbekend: het is mogelijk dat hij met een groep gevangenen naar Warschau werd gestuurd om de ruïnes van het door de Duitsers verwoeste getto op te ruimen. De familie Mandelbaum in Antwerpen zal slechts één overlevend echtpaar kennen: Rosa, die samen met haar man David Seifter en hun dochters Edith en Noémi twee jaar ondergedoken heeft geleefd in een kleine flat aan de rand van Antwerpen. Na de oorlog herbouwden ze hun leven in Antwerpen, terwijl ze de herinnering aan hun familie, die voor altijd verdwenen was, levend hielden.